Een dienstbode in Sleeuwijk die alleen thuis was, werd bruut vermoord door een inbreker die uit was op het spaargeld van haar baas, een welgestelde boer.
Waarschijnlijk werd zij vermoord, maar er waren geen bruikbare sporen. Dat was het trieste lot van de zevenjarige Christina Gasper, die in mei 1882 na schooltijd verdween.
De twaalfjarige Joske Danys uit Merksem hielp haar oom en tante in Antwerpen verhuizen. De volgende dag werd zij dood gevonden onder een houtstapel in de Antwerpse haven.
De zevenjarige Augusta ging even een boodschapje doen. Een onbekende man vroeg haar de weg. Hij liet haar voor dood achter in het Teerlingbos bij Moorslede.
De negenjarige Jan vertrouwde zijn zesjarige zusje even toe aan een onbekende man voor wie hij sigaretten ging kopen. De volgende dag werd zij dood gevonden.
Op een februari-avond in 1906 ging de achtjarige Jeanne van Calck uit Brussel even naar haar moeder. Een paar uur later werd haar lichaam gevonden, gewikkeld in papier. De benen ontbraken.
De negenjarige Cecilia De Bruycker uit Wetteren werd voor de ogen van haar vriendinnetje een schuurtje in getrokken op het hof waar zij speelden. Die nacht werd zij dood gevonden in een droge sloot achter het hof. De dader leek algauw gevonden.
De negenjarige Bertha Braeckman ging op 15 oktober 1909 om half vijf ’s middags voor haar moeder naar bakker Van Acker in de wijk Bergendries in Lokeren, twee kilometer van haar huis. Zij keerde niet terug van haar boodschapje.
In 1899 brengt de zevenjarige Albert zijn vader eten op het Stationsplein in Den Haag. Hij komt niet meer thuis. Een half jaar later vindt een stroper zijn stoffelijk overschot in de duinen. De enige verdachte van de moord wordt vrijgesproken.
Op 28 januari 1919 werd de 45-jarige Frans Schutter dood aangetroffen in zijn huis aan de Jan van Nassaustraat 105 in Den Haag. Zelfmoord, volgens zijn vrouw. Dat dacht de politie ook. Totdat het dienstmeisje uit de school klapte.