Doorgaan naar hoofdcontent

De moord in de roeiboot

In 1919 inde de dertienjarige Dirk uit Amsterdam op verzoek van twee mannen een kwitantie. Hij moest dit klusje met de dood bekopen.

Op 13 mei 1919 stapten de ouders van de dertienjarige Dirk van Leeuwen naar de politie. Hun zoon was al drie dagen spoorloos. Op zaterdag 10 mei om half twee ’s middags verliet de jongen het kantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal waar hij werkte als kantoorbediende.

Dirk was van gemiddelde lengte. Hij had blond haar en blauwe ogen, en droeg op de dag van zijn verdwijning een blauwe jockeypet, een jasje en korte broek van blauw kamgaren, en een dubbele witte gummiboord met een paars gebreid dasje.

Drie dagen later werd in het Oostzanergat Dirks lichaam gevonden. De politie vermoedde dat de jongen onder water was geduwd. Een moord dus. Het horloge van Dirk was blijven steken op vijf uur.

Zijkanaal I. Foto van Jacobus van Eck, 1922. Bron: Stadsarchief Amsterdam. 
Kwitantie

Her eerste spoor naar de dader was een valse kwitantie. Dirk had op 9 mei, de dag voor de moord, aan een paar vriendjes verteld dat twee mannen hem op het Rembrandtplein gevraagd hadden om de volgende dag ’s ochtends om half elf een kwitantie te innen bij de bank. Hiervoor had hij een rijksdaalder gekregen. Om drie uur ’s middags zou hij op de Dam nog meer geld krijgen. De mannen hadden dan ook een ‘mooie betrekking’ voor hem.

De kwitantie van Fl. 760,00 (te vergelijken met 6.300 euro nu) had Dirk zoals afgesproken op 10 mei ’s ochtends om half elf geïnd bij de Amsterdamse Handelsbank. De kwitantie was afkomstig van de firma ‘S. Blok en Co’. Op de kwitantie stond een stempel: 'Betaalbaar gesteld bij de Amsterdamsche Handelsbank'.

Bij stempelfabrikant Van Geldere aan de Amstelstraat had een jongen enkele dagen voor de moord een stempel afgehaald met deze tekst.
De kwitantie was van drukker Koopman aan de Jacob van Campenstraat. De jongen die de kwitantie kwam halen beweerde dat ‘S. Blok & Co’ een timmerzaak was aan de P.C. Hooftstraat 153. In werkelijkheid bestond die zaak helemaal niet. Het model kwitantieformulier was getekend door ene ‘Bruno Rechnitz’.

Roeiboot

Het tweede spoor naar de moordenaar was de man die op zaterdagmiddag om half vijf een roeibootje had gehuurd bij een bootjesverhuurder aan de Westerdokstraat. Niet alleen vanwege het tijdstip waarop hij het bootje huurde. 

Deze Dirk Snijder, een achttienjarige kantoorbediende, had bij Bruno Rechnitz gewerkt. Inderdaad, de naam waarmee de kwitantie was ondertekend! Snijder was op 19 april ontslagen omdat hij volgens zijn baas iets te vaak ‘in de boeken zat te snuffelen’. (Los daarvan was hij trouwens een ijverige en leergierige werknemer geweest.) Snijder werd herkend door de twee jongens die in ruil voor geld het stempel hadden afgehaald en de kwitantie hadden ingeleverd en opgehaald.

Doodvonnis

Snijder werd opgepakt. Op 21 mei 1919 bekende hij. De vriend van zijn moeder, de 33-jarige behanger Willem Visser, had het plan met de valse kwitantie bedacht. Het geld was bestemd voor Visser zelf en Dirks moeder.

Visser en Snijder benaderden Dirk voor de valse kwitantie op 9 mei op het Rembrandtplein. Voor de kwitantie en het stempel ronselde Snijder de twee andere jongens. Dirk tekende letterlijk zijn eigen doodvonnis toen hij Snijder op 10 mei het geld overhandigde en erbij vertelde dat hij de kwitantie had ondertekend met zijn eigen naam. Dat zou de politie op het spoor van Dirk zetten, vreesde Visser. 
Hij besloot hem uit de weg te ruimen.

Snijder wist niks van dit plan af, Visser vertelde het hem pas later. Hij dacht dat Visser de jongen er tijdens een roeitocht nog eens van wilde overtuigen dat hij hun namen niet moest noemen, mocht de politie hem op het spoor komen. Snijder huurde het bootje, Visser en Dirk stapten bij de Zoutkeetsgracht in.

Riem

Bij het Oostzanergat gingen Snijder en Dirk even aan wal. Visser riep de jongen terug aan boord. Hij had de riem in het water vallen en vroeg aan Dirk om hem te pakken. Snijder stond intussen op de wal en hield het touw van de roeiboot vast. Toen Dirk zich in de roeiboot voorover boog naar de riem, duwde Visser hem met zijn hoofd onder water, en gooide hem overboord. Snijder zag het vanaf de wal gebeuren en gaf een schreeuw. Er was een boerenjongen aan het werk op het land bij het Oostzanergat die rond vijf uur een noodkreet en een plons hoorde. Toen hij een jongeman op de wal zag staan, zocht hij er verder niks achter.

‘Vergeet het maar, en spreek er met niemand over’, zei Visser na de moord tegen Snijder.
De twee mannen werden door een getuige gezien toen zij rond vijf à half zes uit het Oostzanergat kwamen roeien. Hij had ze daar eerder die middag met Dirk naartoe zien roeien.

Ooglapje

Willem Visser werd opgepakt. Hij ontkende dat hij iets met de zaak te maken had. Later gaf hij toe dat hij met Dirk en Snijder in de roeiboot had gezeten. Hij moest ook wel, want het roeibootje was tijdens de tocht naar het Oostzanergat tegen een visnet aangevaren, en zowel de visser als een brugwachter herkenden Visser, die met een jongeman en een jongen in het roeibootje onderweg was. Visser droeg die dag een ooglapje, een nogal opvallend kenmerk.

Visser ontkende dat hij iets te maken had met de moord. Hij beweerde dat Snijder hem tijdens de roeitocht had toegeluisterd dat hij Dirk ging vermoorden. Daar wilde Visser niet aan meewerken, en hij verliet het bootje om tien over vijf bij De Ruyterkade en ging naar een plaatselijk café. De caféhouder zei dat Visser daar al zeker vier jaar niet meer was geweest.

Bovendien: als Snijder de moord had gepleegd, en hij zou Visser om tien over vijf bij de Ruyterkade hebben afgezet, zou hij veel later bij het Oostzanergat zijn aangekomen dan vijf uur, het tijdstip van de moord, zoals bevestigd door Dirks horloge en de boerenjongen.

Alibi

Er was meer wat Visser verdacht maakte. 
In een van de roeibootjes aan het Westerdok werd een knoop gevonden van zijn jas; een politiehond pikte die jas uit een verzameling jassen nadat hij aan een kledingstuk van Dirk had geroken.

Visser had een oud-collega van de Haarlemse tram gevraagd om te zeggen dat hij zaterdag om half elf bij hem in Haarlem was, mocht de politie ernaar vragen. 
Bij een zus van Visser vond de politie in een gat in de muur achter het waterreservoir van het toilet, ruim vijfhonderd gulden. De ontbrekende tweehonderd gulden had Visser gebruikt om het kostgeld te betalen waarmee hij een maand achterliep, en om nog wat andere lopende schulden in te lossen. 

Duikteam

Omdat de gummiboord en de das van Dirk niet op zijn lichaam gevonden waren, ging de politie met Snijder en Visser en een team duikers naar het Oostzanergat.

Op de kade waar het politiebootje vertrok, stonden honderden toeschouwers, die van alles naar Willem Visser schreeuwden. ‘Moordenaar! Schooier! Vervloekeling! Beroerling!’

Een journalist van de Telegraaf, (helaas staat zijn naam niet bij het artikel), deed daar zeer beeldend verslag van. “Visser heeft een aller onprettigst gezicht. Zijn vlasachtige wenkbrauwen steken scherp af tegen het rode, puistachtige gelaat, dat onbeweeglijk steeds in dezelfde plooi blijft. Hij draagt een zeer vergrotende bril, waarachter zijn oogjes als kleine spleetjes glinsteren. Hij beweegt het hoofd niet, het is of daar een prop in een bruin pak zit, met een schelgroene hoed op ’t hoofd.”

Snijder had volgens deze journalist niets onaangenaams in zijn blik en houding. Hij keek de vriend van zijn moeder de hele reis niet aan.

Zenuwarts

Aan boord van het bootje was zenuwarts Godefroy, die Visser tijdens de tocht nauwlettend observeerde, zijn hand vastpakte, en zijn kniereflex testte. Visser vertelde de arts dat hij door een oogziekte erg slecht zag, en dat hij ook een huidziekte had. (Wat de bevindingen van Godefroy waren, bleef binnenskamers.)

“De misdaad vond plaats aan het eind van het doodlopende Zijkanaal, waar een klein steigertje is. Rondom en achter de dijk zijn weilanden en hier en daar schittert het rode pannendak van een boerderij in de felle zomerzon. Hoog in de lucht knort een vliegmachine.” (Die beeldende journalist weer.)

Het kanaal was 4,5 meter diep. En de bodem was schelpachtig en scherp. De duikers waren een uur bezig, maar zij vonden niks. Op 30 mei had een ander duikteam meer succes: zij vonden na een dag zoeken het dasje en het geknakte gummiboordje van Dirk.

Rechtszaak

Op 16 juni werd er op het graf van Dirk van Leeuwen op de Oosterbegraafplaats een gedenkzuil onthuld. Een kinderkoor zong het lied ‘De jonge proletaar’.

De rechtszaak vond plaats op 28 oktober. Er werd wel duidelijk dat Snijder zwaar onder invloed stond van Visser, (‘onder hypnose’, schreef een krant), die hij consequent met ‘U’ en ‘meneer’ aansprak. De man en de jongen bleken een seksuele relatie te hebben. Dat had eigenlijk buiten de openbare behandeling van de moord moeten blijven, maar lekte uit.

De getuigen hadden voor Snijder alleen maar lovende woorden, terwijl Visser werd afgeschilderd als een engerd.

Hij ontkende dat hij de moordenaar was en bleef de schuld in Dirks schoenen schuiven. Er werd levenslang tegen hem geëist. De rechtbank achtte de moord ‘wettig en overtuigend bewezen’. Hij kreeg uiteindelijk twintig jaar cel, zijn hoger beroep veranderde daar niks aan.

Dirk Snijder werd alleen vervolgd voor valsheid in geschrifte en oplichting. Hij kreeg acht maanden gevangenisstraf, zonder aftrek van zijn voorarrest van vijf maanden.

Wat deze zaak helemaal zo triest maakt, is dat de politie ook zonder de moord op Dirk ontdekt zou hebben dat Snijder en Visser achter de valse kwitantie zaten, aangezien Snijder zo dom was geweest om de naam van zijn oude werkgever te gebruiken.

Achtergrondinformatie

Dirk van Leeuwen

Ouders: Dirk van Leeuwen (23 februari 1877, loodsbaas) en Johanna Heijnen (25 maart 1877). Zij trouwden in 1900. Ik vond drie zoons: Wijnand (1901), Gerrit (1902), en Dirk (1905).

Dirk Johannes Hendricus Snijder

Werd geboren in Amsterdam, op 7 februari 1901. Moeder: Marijtje Pels (1883), vader Henricus Snijder (1875, slager). Zij trouwden een dag voor de geboorte van Dirk, en scheidden in 1908.

Zij kregen vijf kinderen: Dirk (1901), Barendina Maria (1902), Henricus (1904), Maria (1905), en Johanna (1907).

Dirk trouwde op 30 juni 1926 met Wilhelmina Maria Josephina Diderichs. Hij was 25, en net als zijn vader slager. Uit dit huwelijk werd een dochter geboren, Sophia Barendina Maria (‘Fie’) (geboortejaar onbekend).

In augustus 1930 scheidden Dirk en Wilhelmina. Dirk hertrouwde in 1932 in Frankrijk met de 37-jarige Félicie Elise Yvonne Trompette. Hij was hotelmanager. In 1944 overleed hij in Cernex, 43 jaar oud.

Willem Visser

Willem werd geboren in Amsterdam op 14 maart 1886. Zoon van Gerardus Visser (1853, zadelmaker) en Wilhelmina Catharina Christina Rotman (1854, naaister). Zij trouwden in 1878. Rond Willems twintigste overleed zijn vader (jaartal onbekend). Zijn moeder hertrouwde in 1908.

Ik vond acht kinderen: Gerardus Johannes (1879), Johannes Cornelis (1880), Catharina Wilhelmina Maria (1884), Willem (1886), Maria Helena Josepha (1887), Karel (1890), Wilhelmina Anna Cornelia (1892), Anna Cornelia Wilhelmina (1894).

Uit het militieregister uit 1905 weten we dat Willem 1 meter 64 lang was. Hij werd op 10 oktober 1938 uitgeschreven uit de bijzondere strafgevangenis van Leeuwarden. Voor foto’s van Willem: zie de website gevangeninglas

Op 17 oktober 1940, (hij was 54 en had z’n oude beroep, behanger en stoffeerder, weer opgepakt), trouwde hij in Amsterdam met Anna Irik, een 42-jarige winkelierster. Willem overleed in 1985. Hij werd 99 jaar.

Bronnen


Reacties

Populaire posts van deze blog