Op 28 januari 1919 werd de 45-jarige Frans Schutter dood aangetroffen in zijn huis aan de Jan van Nassaustraat 105 in Den Haag. Zelfmoord, volgens zijn vrouw. Dat dacht de politie ook. Totdat het dienstmeisje uit de school klapte.
Frans Schutter en Catharina van Breda trouwden in 1905. In 1917 had Frans een ander, en besloot het echtpaar te gaan scheiden. Omdat Frans niet altijd meer thuis sliep en Catharina bang was voor inbrekers, kocht zij in november 1918 een pistool. Later kocht zij er nog een bij, een browning, nog wel op de dag dat zij met haar dienstmeisje Cato in Amsterdam was om haar man en zijn vriendin te ontmoeten in het Victoria Hotel. Voor de rechtbank zou zij later verklaren dat zij de browning gekocht had omdat zij hem ‘mooi’ vond.Schampschot
Twee maanden later, op 28 januari 1919 om half zeven, liep Catharina met Cato naar de bioscoop. Op het Alexanderplein bedacht zij zich en keerde om. Bij een apotheek in de Javastraat kocht zij gomballen tegen de hoest. Weer thuis, het was inmiddels kwart voor zeven, trof zij haar man dood in zijn stoel aan, met één schot in zijn linker-, en één in zijn rechterzij. Zij raakte volkomen in paniek, pakte het pistool en schoot op zichzelf. Met een schampschot op de borst viel zij op de grond. Cato rende weg om hulp te halen. De huisarts vond het ‘een vreemd soort zelfmoord’, maar het politie twijfelde niet aan de lezing van Catharina en Cato. Dossier gesloten. Frans werd begraven, Catharina plaatste een overlijdensadvertentie in de krant: ‘Heden overleed plotseling, tot mijn diepe droefheid, mijn geliefde echtgenoot […]’.
Gomballen
Maar vijf maanden later kwam Cato met een onthulling. Het was helemaal geen zelfmoord, het was moord, en mevrouw was de dader. Wat zij precies gezien had bleef onduidelijk, want zij legde tegenstrijdige verklaringen af. In de ene versie hoorde zij schoten vallen, in de tweede zag zij meneer door de kamer wankelen, roepende dat hij dood ging, waarna mevrouw het tweede, fatale schot loste. Na de schietpartij nam mevrouw haar mee naar de bioscoop. Halverwege bedacht mevrouw zich en keerde om. Bij een apotheek in de Javastraat kocht zij gomballen. Tegen Cato zou zij gezegd hebben: ‘Zo, nu hebben we een bewijs dat we uit zijn geweest’. (Een krant omschreef dat als ‘het gombal-alibi’.) Weer thuis had mevrouw op zichzelf geschoten.
Brief
Na de moord zei Catharina Cato’s betrekking op, en gaf haar vierhonderd gulden mee. Voor iemand die misschien twintig à dertig gulden per maand verdiende, was dat een megabedrag, zo’n beetje een jaarsalaris. Cato kocht er mooie kleren van, en verbleef een tijdje in het Victoria Hotel (inderdaad, de plek waar zij met Catharina de nieuwe vriendin van Frans had ontmoet). Daarna ging zij bij de werkster logeren, en begon het gebeuren aan haar te knagen. Zij nam haar gastvrouw in vertrouwen. Dat het moord was en geen zelfmoord zal de werkster niet verrast hebben, Catharina had vaak genoeg tegen haar en Cato gezegd dat zij haar man om wilde brengen, verklaarden beiden later voor de rechtbank. Cato schreef een brief aan haar oom, een rechter-commissaris van de politie, en zo ging het balletje rollen.
Afpersing
Het lichaam van Frans werd opgegraven. De lijkschouwer stelde vast dat er op enige afstand op Frans geschoten was, het kon geen zelfmoord zijn. Dat had de politie toch op moeten vallen in januari.
Nog iets vreemds, dat in januari trouwens al wel gesignaleerd was: nadat Catharina op zichzelf had geschoten, zaten er nog zes kogels in de browning, en lagen er drie hulzen op de grond. Er pasten zeven kogels in het pistool, dus iemand had het herladen. Dat moest Catharina wel geweest zijn, maar zij ontkende.
De tijdlijn van Catharina klopte trouwens ook niet, ik pakte Google Maps er eens bij. Van de Jan van Nassaustraat 105 naar het Alexanderplein is het een kleine twintig minuten lopen. Het bestaat dus niet dat Catharina en Cato in een kwartier op en neer zijn gelopen én bij een apotheek zijn geweest.
Tien jaar
De verdediging probeerde aan te tonen dat Cato en de werkster hadden samengespannen om Catharina af te persen, en dat Cato belastende verklaringen over mevrouw af had gelegd toen dat niet lukte.
Tevergeefs. Eis: tien jaar gevangenisstraf. Catharina hield vol dat zij onschuldig was, en ging in hoger beroep. De officier van justitie ook, want hij wilde dat zij zestien jaar achter de tralies verdween in plaats van tien. Het bleven er tien.
Financieel gewin leek het hoofdmotief voor de moord. Mocht Frans overlijden tijdens het huwelijk, dan zou Catharina alles erven, en zou zij schatrijk zijn. Bij een scheiding zou zij ‘maar’ 80.000 gulden krijgen, te vergelijken met 1,3 miljoen euro nu. Misschien speelde naast hebzucht jaloezie mee. We zullen het nooit weten, want Catharina heeft nooit bekend.
Achtergrondinformatie
Het was nogal een gepuzzel om de hoofdpersonen te achterhalen, want hun initialen, voornamen en/of achternamen werden consequent verhaspeld in de kranten. Ik ben er zeker van dat dit de juiste personen zijn.
Catharina Jacoba van Breda
Werd geboren in Rotterdam op 12 december 1879. Trouwde op 18 mei 1905, toen zij 25 was, met de 31-jarige Rotterdammer Frans Hendrik Schutter. Het echtpaar had geen kinderen.
Ik heb niet kunnen achterhalen waar Frans zijn fortuin mee had verdiend. Ten tijde van de moord had hij volgens de kranten geen werk.
Catharina overleed op 14 februari 1942 in Zaandijk, 62 jaar oud.
Maria Catharina (‘Cato’) Soentjens
Tien jaar
De verdediging probeerde aan te tonen dat Cato en de werkster hadden samengespannen om Catharina af te persen, en dat Cato belastende verklaringen over mevrouw af had gelegd toen dat niet lukte.
Tevergeefs. Eis: tien jaar gevangenisstraf. Catharina hield vol dat zij onschuldig was, en ging in hoger beroep. De officier van justitie ook, want hij wilde dat zij zestien jaar achter de tralies verdween in plaats van tien. Het bleven er tien.
Financieel gewin leek het hoofdmotief voor de moord. Mocht Frans overlijden tijdens het huwelijk, dan zou Catharina alles erven, en zou zij schatrijk zijn. Bij een scheiding zou zij ‘maar’ 80.000 gulden krijgen, te vergelijken met 1,3 miljoen euro nu. Misschien speelde naast hebzucht jaloezie mee. We zullen het nooit weten, want Catharina heeft nooit bekend.
Achtergrondinformatie
Het was nogal een gepuzzel om de hoofdpersonen te achterhalen, want hun initialen, voornamen en/of achternamen werden consequent verhaspeld in de kranten. Ik ben er zeker van dat dit de juiste personen zijn.
Catharina Jacoba van Breda
Werd geboren in Rotterdam op 12 december 1879. Trouwde op 18 mei 1905, toen zij 25 was, met de 31-jarige Rotterdammer Frans Hendrik Schutter. Het echtpaar had geen kinderen.
Ik heb niet kunnen achterhalen waar Frans zijn fortuin mee had verdiend. Ten tijde van de moord had hij volgens de kranten geen werk.
Catharina overleed op 14 februari 1942 in Zaandijk, 62 jaar oud.
Maria Catharina (‘Cato’) Soentjens
Werd geboren in Neer, op 5 april 1901. Zij was de dochter van Catharina Schrijnmakers en Peter Soentjens, die postbode was. Cato had twaalf broers en zussen.
In de Haagsche Courant van 21 oktober 1918 vond ik de volgende advertentie: ‘Nette dienstbode gevraagd in klein gezin, voor meid-alleen, Schutter, Jan van Nassaustraat 105’.
Vijf dagen later, op 26 oktober 1918, werd de zeventienjarige Cato geregistreerd in het bevolkingsregister van Den Haag op de Jan van Nassaustraat 105, ‘i.d. Schutter’.
Op 3 juni 1919 ging zij aan de slag op de Veenkade 86, bij Vieth. Zij trouwde op 24 augustus 1926 in Roermond met Anthonius Hubert Winnen, handelsagent, geboren op 19 mei 1903. Cato overleed in Maastricht, op 29 oktober 1983. Zij werd 82 jaar. Er staan geen kinderen in de overlijdensadvertentie.
- Delpher (historische kranten, tijdschriften en boeken)
- Heemkundevereniging Oos naer: gezinsoverzicht Soentjens (versie van 22 januari 2023)
- Prijzen toen en nu (CBS)
- Stadsarchief Rotterdam
- CBG Centrum voor familiegeschiedenis
- Haags gemeentearchief
- Regionaal Historisch Centrum Limburg en Sociaal Historisch Centrum voor Limburg: collectie familieberichten
Reacties