In maart 1892 werd de dienstbode van Henri Viotta bruut vermoord in het pand ‘Groeningen’ aan de Prinsengracht in Amsterdam.
Op 29 maart 1892 ging de familie naar het Concertgebouw voor een repetitie van de zangvereniging ‘Excelsior’, met de uitvoering van ‘Le Chant de la Cloche’ van Vincent D’Indy, geleid door Henri. De dienstbode, de 31-jarige Anna Verhoeven, bleef alleen thuis.
Bij thuiskomst rond elf uur belden Henri en zijn zus aan, maar er werd niet opengedaan. De voordeur zat op de ketting, zij moesten het huis in via de deur van het souterrain.
Theekopjes
Daar deden zij een gruwelijke ontdekking. Achter de deur van de studeerkamer van Henri, een van de achterkamers van het huis, lag Anna. Zij was dood. Dokter Rutgers Van der Loeff stelde vast dat de vrouw zeven keer gestoken was, een diepe steek in de hals was haar fataal geworden. Zij had zich verweerd tegen haar moordenaar, er zaten wonden op haar handen. Het wapen was vermoedelijk een mes, of een beitel.
De schrijftafel in Henri’s kamer en een secretaire in de kamer van zijn zus waren met grof geweld opengebroken. Er ontbrak een flink bedrag aan bankbiljetten: fl. 160 (vergelijkbaar met zo’n 2.800 euro nu). Het leek erop dat de dader van de roofmoord iemand was die Anna kende, en die wist dat zij die avond alleen thuis was. In de keuken stonden twee theekopjes. Ook vond de politie daar een bak water waarin de dader zijn bloederige handen had afgespoeld.
Verdachten
- De vrijer uit Den Bosch
De volgende dag verzamelde zich een grote menigte voor het huis aan de Prinsengracht. Het gonsde van de geruchten: de jaloerse vrijer van Anna uit Den Bosch had de moord gepleegd! Hij was ontkomen via een achteruitgang in de Kerkstraat! De politie kon dit vrij snel uitsluiten: de (inmiddels ex-)vriend was ten tijde van de moord in Den Bosch, en de moordenaar had het pand via de deur van het souterrain verlaten.
Op zoek naar het moordwapen werd er gedregd in de Prinsengracht, maar zonder resultaat.
- De schildersknecht
Er werd een schildersknecht opgepakt met wie Anna de laatste tijd veel omging. Zij had ook een andere vriend, een schoenmaker. De mannen kwamen soms samen op bezoek. De schildersknecht had Anna wel gezien, maar dat was op de avond vóór de moord. Over de schoenmaker vind ik verder niks.
- Twee mannen
Een vijftienjarige tuindersjongen had op de avond van de moord afgesproken met een vriend. Zij zouden elkaar om negen uur ontmoeten bij het gerechtshof, aan de overkant van Prinsengracht 693. Rond negen uur ging hij even naar een kruidenier in de Leidse straat, waar een klok hing.
| Prinsengracht, Zeven Provinciën, 1939. Foto: W.P.H. Schreuders. Bron: Stadsarchief Amsterdam. |
Componist en dirigent Henri Viotta woonde met vier broers en een zus in het pand ‘Groeningen’ aan de Prinsengracht 693 in Amsterdam, tegenover het gerechtshof. In het souterrain zat het kantoor van de firma B.W. Groothols en Co, waarvan één van de broers mede-eigenaar was.
Op 29 maart 1892 ging de familie naar het Concertgebouw voor een repetitie van de zangvereniging ‘Excelsior’, met de uitvoering van ‘Le Chant de la Cloche’ van Vincent D’Indy, geleid door Henri. De dienstbode, de 31-jarige Anna Verhoeven, bleef alleen thuis.
Bij thuiskomst rond elf uur belden Henri en zijn zus aan, maar er werd niet opengedaan. De voordeur zat op de ketting, zij moesten het huis in via de deur van het souterrain.
Theekopjes
Daar deden zij een gruwelijke ontdekking. Achter de deur van de studeerkamer van Henri, een van de achterkamers van het huis, lag Anna. Zij was dood. Dokter Rutgers Van der Loeff stelde vast dat de vrouw zeven keer gestoken was, een diepe steek in de hals was haar fataal geworden. Zij had zich verweerd tegen haar moordenaar, er zaten wonden op haar handen. Het wapen was vermoedelijk een mes, of een beitel.
De schrijftafel in Henri’s kamer en een secretaire in de kamer van zijn zus waren met grof geweld opengebroken. Er ontbrak een flink bedrag aan bankbiljetten: fl. 160 (vergelijkbaar met zo’n 2.800 euro nu). Het leek erop dat de dader van de roofmoord iemand was die Anna kende, en die wist dat zij die avond alleen thuis was. In de keuken stonden twee theekopjes. Ook vond de politie daar een bak water waarin de dader zijn bloederige handen had afgespoeld.
Verdachten
- De vrijer uit Den Bosch
De volgende dag verzamelde zich een grote menigte voor het huis aan de Prinsengracht. Het gonsde van de geruchten: de jaloerse vrijer van Anna uit Den Bosch had de moord gepleegd! Hij was ontkomen via een achteruitgang in de Kerkstraat! De politie kon dit vrij snel uitsluiten: de (inmiddels ex-)vriend was ten tijde van de moord in Den Bosch, en de moordenaar had het pand via de deur van het souterrain verlaten.
Op zoek naar het moordwapen werd er gedregd in de Prinsengracht, maar zonder resultaat.
- De schildersknecht
Er werd een schildersknecht opgepakt met wie Anna de laatste tijd veel omging. Zij had ook een andere vriend, een schoenmaker. De mannen kwamen soms samen op bezoek. De schildersknecht had Anna wel gezien, maar dat was op de avond vóór de moord. Over de schoenmaker vind ik verder niks.
- Twee mannen
Een vijftienjarige tuindersjongen had op de avond van de moord afgesproken met een vriend. Zij zouden elkaar om negen uur ontmoeten bij het gerechtshof, aan de overkant van Prinsengracht 693. Rond negen uur ging hij even naar een kruidenier in de Leidse straat, waar een klok hing.
Toen hij terugkwam bij het Gerechtshof, zag hij bij Prinsengracht 693 twee mannen aan de deur rammelen. De ene man had een ingevallen gelaat en droeg een klein, kort jasje. De andere was dertig à veertig jaar, had een ‘gezet’ gelaat met zwarte baard en snor, en droeg een hoge zijden pet, een zwart gestreepte broek, en een grijze demi-saison (dunne overjas). De jongen liep op en neer tussen de klok en het gerechtsgebouw. Hij zag niet dat de twee mannen werden binnengelaten, wel dat zij rond kwart over tien het huis aan de Prinsengracht verlieten.
Sara
Ene ‘Sara’ wist het politieonderzoek behoorlijk op te schudden met haar brieven aan de politie, waarin zij diamantslijper Levie Vos en een onbekende handlanger met valse baard beschuldigde van de roofmoord. De mannen waren na de moord teruggekeerd naar een kelder op de hoek Prinsengracht-Looiersgracht, beweerde zij, en de man met de valse baard had zijn baard in de gracht gegooid.
In de kelder woonde ene Van Dalfsen, een bekende van Vos, die net als Vos zelf trouwens, brieven van Sara ontving waarin zij Vos als een van de daders aanwees. Van Dalfsen was tenger, met krullend haar en een blond snorretje. De tuindersjongen herkende hem niet.
Dat gold niet voor Levie Vos. De jongen wist zeker dat hij hem op de avond van de moord bij de Prinsengracht 693 had gezien. Toch liet de politie hem gaan wegens gebrek aan bewijs.
Wie ‘Sara’ precies was, is nooit duidelijk geworden. In haar laatste brief schreef zij dat de moordenaar de vader was van haar kind, Hij zou haar hebben ingeruild voor een ‘slechte meid’, een vriendin van Anna.
Messenmagazijn
De politie nam de tuindersjongen mee naar het messenmagazijn (‘coutellerie royale’) van de heer Bastet in de Kalverstraat 173. Anna was van 1887 tot 1890 bij het gezin Bastet in dienst geweest. Maar de jongen herkende niemand van het personeel.
In november 1893 meldde zich een gedetineerde uit Den Bosch bij de Amsterdamse politie. Hij beweerde dat Hendrik de Jong (verdacht van vier moorden op vrouwen) achter de roofmoord zat. Zij zouden de buit samen uitgegeven hebben. De gedetineerde stond bij de politie bekend als volkomen onbetrouwbaar, bovendien zat Hendrik de Jong ten tijde van de roofmoord in de gevangenis.
De roofmoord op Anna Verhoeven is nooit opgelost.
Frederik en Geertruida trouwden in 1860, en kregen zeven kinderen: Anna (1861-1892), Digna (1863-10 maart 1874, zij stierf 3 dagen na haar vader), Maria (1865), Geertruida (1867), Katharina (1870), Frederika (1872-1898), en Frederik (4 april 1874, hij werd een maand na de dood van zijn vader geboren).
Sara
Ene ‘Sara’ wist het politieonderzoek behoorlijk op te schudden met haar brieven aan de politie, waarin zij diamantslijper Levie Vos en een onbekende handlanger met valse baard beschuldigde van de roofmoord. De mannen waren na de moord teruggekeerd naar een kelder op de hoek Prinsengracht-Looiersgracht, beweerde zij, en de man met de valse baard had zijn baard in de gracht gegooid.
In de kelder woonde ene Van Dalfsen, een bekende van Vos, die net als Vos zelf trouwens, brieven van Sara ontving waarin zij Vos als een van de daders aanwees. Van Dalfsen was tenger, met krullend haar en een blond snorretje. De tuindersjongen herkende hem niet.
Dat gold niet voor Levie Vos. De jongen wist zeker dat hij hem op de avond van de moord bij de Prinsengracht 693 had gezien. Toch liet de politie hem gaan wegens gebrek aan bewijs.
Wie ‘Sara’ precies was, is nooit duidelijk geworden. In haar laatste brief schreef zij dat de moordenaar de vader was van haar kind, Hij zou haar hebben ingeruild voor een ‘slechte meid’, een vriendin van Anna.
Messenmagazijn
De politie nam de tuindersjongen mee naar het messenmagazijn (‘coutellerie royale’) van de heer Bastet in de Kalverstraat 173. Anna was van 1887 tot 1890 bij het gezin Bastet in dienst geweest. Maar de jongen herkende niemand van het personeel.
In november 1893 meldde zich een gedetineerde uit Den Bosch bij de Amsterdamse politie. Hij beweerde dat Hendrik de Jong (verdacht van vier moorden op vrouwen) achter de roofmoord zat. Zij zouden de buit samen uitgegeven hebben. De gedetineerde stond bij de politie bekend als volkomen onbetrouwbaar, bovendien zat Hendrik de Jong ten tijde van de roofmoord in de gevangenis.
De roofmoord op Anna Verhoeven is nooit opgelost.
Achtergrondinformatie
Anna Cornelia Verhoeven werd geboren in Driel (Gelderland) op 28 april 1861. Haar ouders waren landbouwer Frederik Verhoeven (1833-1874) en Geertruida Nendels (1837-1888). (Dat Anna wees was zoals de kranten beweerden, klopt dus.)Frederik en Geertruida trouwden in 1860, en kregen zeven kinderen: Anna (1861-1892), Digna (1863-10 maart 1874, zij stierf 3 dagen na haar vader), Maria (1865), Geertruida (1867), Katharina (1870), Frederika (1872-1898), en Frederik (4 april 1874, hij werd een maand na de dood van zijn vader geboren).
- Frederik Joseph Verhoeven
De ‘vrijer’ uit Den Bosch was de vroegere vriend van Anna en de vader van hun zoontje, dat op 24 augustus 1887 in Amsterdam geboren werd en de namen ‘Frederik Joseph Verhoeven’ kreeg. ‘Frederik’ naar Anna’s vader. ‘Joseph’ was misschien de naam van de vriend, (in de kranten blijft hij anoniem, we weten zelfs zijn initialen niet). Anna werd op 4 augustus opgenomen in de kraamkliniek en vertrok op 6 september.
De ex kwam Anna nog regelmatig opzoeken in Amsterdam. Hij zou de zoon zijn van een echtpaar bij wie Anna in Den Bosch in dienst was en leek betrokken bij haar leven, maar een huwelijk zat er blijkbaar niet in.
Volgens de kranten was Frederik Joseph overleden. Ik vind hem op 15 september 1887 op het adres ‘Hoogte Kadijk 20’. Er staat bij ‘ambtshalve inschrijving’, en ‘machtiging’, en een cryptische verwijzing: ‘meer info 28/42’. Plus een datum: 17 mei 1888. (Zijn vertrek-, of zijn sterfdatum?). Anna Verhoeven staat er niet bij.
Op de dag dat haar zoontje ‘ambtshalve’ naar de Hoogte Kadijk 20 verhuisde, kwam zij in dienst bij Thomas Francois Bastet en Titia Clara Juliana Harthoorn aan de Kalverstraat 173, niet als dienstbode maar als ‘minne’. Waarschijnlijk voor het dochtertje, Louise Marquerithe, dat geboren werd op 17 juni 1887. Zij bleef bij het gezin Bastet tot mei 1890, daarna kwam zij in dienst bij de familie Viotta aan de Prinsengracht.
De ‘vrijer’ uit Den Bosch was de vroegere vriend van Anna en de vader van hun zoontje, dat op 24 augustus 1887 in Amsterdam geboren werd en de namen ‘Frederik Joseph Verhoeven’ kreeg. ‘Frederik’ naar Anna’s vader. ‘Joseph’ was misschien de naam van de vriend, (in de kranten blijft hij anoniem, we weten zelfs zijn initialen niet). Anna werd op 4 augustus opgenomen in de kraamkliniek en vertrok op 6 september.
De ex kwam Anna nog regelmatig opzoeken in Amsterdam. Hij zou de zoon zijn van een echtpaar bij wie Anna in Den Bosch in dienst was en leek betrokken bij haar leven, maar een huwelijk zat er blijkbaar niet in.
Volgens de kranten was Frederik Joseph overleden. Ik vind hem op 15 september 1887 op het adres ‘Hoogte Kadijk 20’. Er staat bij ‘ambtshalve inschrijving’, en ‘machtiging’, en een cryptische verwijzing: ‘meer info 28/42’. Plus een datum: 17 mei 1888. (Zijn vertrek-, of zijn sterfdatum?). Anna Verhoeven staat er niet bij.
Op de dag dat haar zoontje ‘ambtshalve’ naar de Hoogte Kadijk 20 verhuisde, kwam zij in dienst bij Thomas Francois Bastet en Titia Clara Juliana Harthoorn aan de Kalverstraat 173, niet als dienstbode maar als ‘minne’. Waarschijnlijk voor het dochtertje, Louise Marquerithe, dat geboren werd op 17 juni 1887. Zij bleef bij het gezin Bastet tot mei 1890, daarna kwam zij in dienst bij de familie Viotta aan de Prinsengracht.
Bronnen
- Brabants Historisch Informatiecentrum BHIC 'Het geheugen van Brabant'.
- Delpher Historische kranten, boeken en tijdschriften.
- Gelders Archief
- Henri Viotta Wikipedia-pagina.
- Open Archieven Genealogische gegevens van Nederlandse en Belgische archieven en verenigingen.
- Prijzen toen en nu Van het CBS.
- Stadsarchief Amsterdam
- Uitleg gezinskaart Op de website ‘Uit de Oude Koektrommel’.
Reacties