Doorgaan naar hoofdcontent

Het drama in Polaman

De 32-jarige Anna Schrok werd in 1895 in Polaman op Java bruut vermoord door haar huisjongen. Wat was zijn motief?

Het echtpaar Schrok had een koffie-onderneming in Polaman, op Java. De onderneming was verkocht, binnenkort zou het gezin naar Malang verhuizen. De 32-jarige Anna Schrok was daar net geweest toen zij met haar jongste zoontje, de vierjarige Max, op 22 juli 1895 terugkeerde naar Polaman. Haar man was elders voor zaken.

Rijstvelden Pamotan. Bron: Wikimedia Commons.

De moord

Over de moord, (‘het drama te Polaman’, ook wel: ‘de zaak Polaman’), is erg veel geschreven in de kranten. Er waren talloze getuigen, zijpaadjes en tegengestelde verklaringen. Ik heb hieruit het volgende verhaal gereconstrueerd.

Om half twaalf ‘s ochtends haalde huisjongen Kasanradjie (Kasan) Anna en Max op in Pamotan. Thuis legde Anna haar kind op bed en ging eten. Kasan bediende haar aan tafel. Terwijl zij zat te eten, dronk Kasan zichzelf in een andere kamer moed in met een flesje Brandy. Daarna keerde hij terug

(Let op, de nu volgende details zijn gruwelijk!) Kasan pakte een grote bierfles van het buffet, en sloeg Anna hard in haar nek. Zij viel bewusteloos voorover. Hij sleepte haar aan haar wrong naar de logeerkamer. Daar gaf hij haar nog een slag op haar hoofd. Anna riep om hulp, (‘toelong Kasan’ = ‘help, Kasan’), waarop Kasan haar met de fles op haar mond sloeg. Toen zij nog steeds bewoog, zette hij zijn voet op haar keel en drukte haar neus en mond dicht, net zolang tot zij dood was. Dat duurde ongeveer een kwartier. Daarna waste hij zich in de sloot en ruimde de tafel af.

Ceintuur

Huismeid Mbok Mar hielp Kasan om Anna te ontdoen van haar bebloede kleding, haar lichaam te wassen en haar van schone kleren te voorzien. Vervolgens droeg Kasan Anna samen met tuinjongen Karso naar haar eigen slaapkamer. Hij dekte het lijk toe met een deken, legde een handdoek over het hoofd, en sloot de luiken voor de ramen. De kamerdeur van het aanpalende kantoortje deed hij op slot, en hij schoof de sleutel onder de deur door. Dit alles op advies van Mbok Mar, beweerde hij, zodat het op een zelfmoord zou lijken.

Om negen uur ‘s avonds waarschuwden enkele personeelsleden hoofdopzichter Frits Bekking: Anna was al de hele middag niet verschenen en reageerde niet op kloppen op haar deur. Bekking brak de deur van de slaapkamer open, en trof Anna dood aan.

Lijkschouwer Johan Doorenbos dacht eerst dat Anna aan een beroerte was overleden. Hij stelde die diagnose al snel bij. Anna was gewurgd, waarschijnlijk met de oedet (stoffen ceintuur) die onder haar hals lag.

Kasan was meteen verdachte nummer een. In zijn kamer werd een broek gevonden met bloedvlekken.

Hond Poespo

Kasan bekende. Wat was zijn motief?

Had hij Anna vermoord omdat zij hem die dag een standje had gegeven? Hij had hond Poespo in een van de logeerkamers opgesloten waar de hond de gordijnen kapot had gemaakt. Nee, zei Kasan, dat was niet de aanleiding geweest om haar te vermoorden. Anna had hem niet uitscholden toen hij het incident had opgebiecht, zij had alleen gestampvoet van boosheid.

Hij had Anna vermoord omdat Theodoor Schrok hem tweehonderd gulden en een huis had beloofd als hij haar uit de weg zou ruimen. Theodoor werd opgepakt.

Totdat Kasan zijn verhaal in oktober 1895 veranderde omdat hij gewetenswroeging kreeg. Niet Theodoor, maar Mbok Mar had hem geld, een gouden horloge en een huis beloofd als hij Anna zou vermoorden. Waarom hij dan toch maandenlang Theodoor had beschuldigd? Omdat Mbok Mar hem dat geadviseerd had, dan ontkwam hij aan de doodstraf.

Diamantpoeder

Mbok Mar had het moordplan twee maanden geleden beraamd, en zou het volgens Kasan negen keer met hem hebben doorgesproken. Mbok Mar beweerde dat zij als mevrouw zou sterven, huishoudster zou worden en alle bezittingen van mevrouw en meneer zou krijgen.

Eerst wilde Mbok Mar het met gif proberen. Zij had Kasan een week voor de moord diamantpoeder gegeven dat hij door Anna’s koffie moest roeren. Hij durfde het uiteindelijk niet te doen. De dag voor de terugkeer van Anna uit Malang had Mbok Mar hem bedreigd: ‘Kasan, als je haar morgen niet vermoordt, vermoord ik jou’. Over tien dagen zou Anna verhuizen naar Malang, waar een aanslag op haar leven moeilijker zou zijn.

Mbok Mar ontkende dat zij de opdrachtgever was voor de moord. Zij beweerde dat Theodoor Schrok haar had benaderd om aan Kasan te vragen om zijn vrouw te vermoorden in ruil voor tweehonderd gulden en een huis.

Rechtszaak

De rechtszaak begon in mei 1896, en duurde dagenlang. Om de moord zorgvuldig te kunnen reconstrueren was in het Paleis van Justitie een opstelling gemaakt van de plaats delict.

- Lijkschouwer

Lijkschouwer Doorenbos zette vraagtekens bij Kasans getuigenis. Hij betwijfelde ten eerste of Kasan Anna met zijn blote handen had gewurgd, want zij had striemen op haar hals. Dat zou eerder wijzen op verwurging met de ceintuur die bij het lijk was gevonden.

Ook geloofde hij niet dat Kasan het lichaam van Anna in zijn eentje aan haar wrong naar de logeerkamer had gesleept. Er zouden bij het verslepen heel veel haren uitgetrokken moeten zijn, en dat was niet zo. Bovendien woog Anna 71 kilo, het lichaam was topzwaar. Volgens Kasan riep Anna tijdens de moord ‘toelong Kasan’ (‘help, Kasan’), wat erop zou kunnen wijzen dat Kasan op dat moment niet alleen met haar in de kamer was.

Toch bleef Kasan bij zijn verklaring.

- Hoofdopzichter

De moord zou misschien nooit plaats hebben gevonden als de 24-jarige hoofdopzichter Frits Bekking aanwezig was geweest. Maar hij had kramp in zijn benen vanwege een opvlammende malariabesmetting, en lag die dag in bed.

Bekking legde een bom onder de onschuld van zijn baas. De moord op zijn vrouw had Theodoor Schrok dan wel niet gepleegd, hij had wel degelijk met moordplannen rondgelopen. Ongeveer een jaar voor de moord kwam Schrok bij hem met de hypothetische vraag, hoe Frits wraak zou nemen als zijn vrouw een ander had. Zelf zou hij vergif gebruiken. Heeft u aanleiding om uw vrouw te verdenken, vroeg Bekking. Dat was niet zo, er speelde niks. Wel gingen er roddels rond onder het personeel dat Theodoor verliefd was op zijn 24-jarige nichtje, mejuffrouw Bettie Wilkens uit Solo. Beiden zouden dat tijdens de rechtszaak ontkennen.

Een paar dagen later vroeg Schrok aan Bekking of bamboehaartjes zouden werken. Ja, zei Bekking, die moet u dan door de koffie roeren. Mevrouw Schrok werd twee keer erg ziek, kreeg heftige buikkrampen. Bekking had zo zijn vermoedens over de oorzaak van die kramp.

- Echtgenoot

Allemaal leugens, volgens Theodoor Schrok. Bekking was onbetrouwbaar, hij zou met geld van het echtpaar gesjoemeld hebben en was twee weken voor de moord ontslagen, en na een smeekbede toch weer aangenomen. Ook was hij een ‘opiumschuiver’. Volgens Bekking gebruikte hij opium alleen nog voor medische doeleinden.

Vergif: ja, Theodoor gaf toe dat hij zich daar inderdaad uitvoerig in had verdiept, omdat hij na lichamelijke klachten wilde weten of hij of zijn vrouw vergiftigd zouden kunnen zijn. Hij had ook andere personeelsleden benaderd met vragen over vergif.

Vonnis

Schrok werd in juli 1896 vrijgesproken, er was volgens de rechter geen enkel bewijs dat hij het hield met een andere vrouw. Evenmin had hij financieel gewin bij Anna’s dood. Zij was zakelijk gezien zijn steun en toeverlaat.

Schrok werd in maart 1896 superintendant van vier koffieplantages, hertrouwde in 1908 met een inlandse vrouw en kreeg in 1914 nog een dochter, Margaretha Jacoba.

In 1928 overleed hij in Soerabaja, 76 jaar oud.

Werktuig

De rechter vond Mbok Mar een onbetrouwbare getuige. Was zij nou de aanstichtster of de tussenpersoon in deze zaak? Zij ging vrijuit. Kasan kreeg de doodstraf. Hij vroeg een herziening aan, met een opmerkelijke uitkomst: het Hooggerechtshof draaide het doodvonnis in februari 1897 terug.

Kasan was volgens het gerechtshof een werktuig in deze moordzaak. ‘Hij was overgehaald door diegenen, die er belang bij hadden dat mevrouw zou overlijden, en die door hun maatschappelijke positie op beklaagde een zedelijk overwicht uitoefenden.’

‘Deze uitspraak, waarmee alleen maar Europeanen bedoeld kunnen worden, zal een welkom wapen zijn in handen van de vijanden van de heer Schrok, en daarom betreuren wij deze insinuatie’, oordeelde de krant op haar beurt.

Europeanen

Was het wel een insinuatie, of klopte het? Zaten er ‘Europeanen’ achter de moord op Anna?

- Scenario 1

Laten we de mogelijke scenario’s nog eens bekijken. Scenario één: Mbok Mar als opdrachtgever. Tijdens de rechtszaak zei Theodoor iets dat dit scenario compleet onderuit haalde, namelijk: dat hij Mbok Mar en haar man zou ontslaan zodra hij en Anna definitief naar Malang zouden verhuizen. Frits Bekking wist dit volgens Schrok. Mbok Mar wellicht ook.

Als dat inderdaad zo was, is het niet geloofwaardig dat Mbok Mar de opdrachtgever voor de moord was, want dan zou zij de beloning, een positie als huishoudster, nooit hebben gekregen. Als zij dit allemaal niet wist, zou het zo gegaan kunnen zijn.

- Scenario 2

Tweede scenario: Kasan had geprobeerd om zich aan Anna te vergrijpen. Het kan, en het is overwogen in de rechtszaal. Sporen daarvan zouden tijdens het wassen van het lichaam uitgewist kunnen zijn. Maar waarom zou Mbok Mar Kasan geholpen hebben met het wassen? Het leverde haar in dit geval niks op.

- Scenario 3

Derde scenario: enkele personeelsleden (Kasan, Mbok Mar?) haatten Anna, en spanden samen om haar uit de weg te ruimen. Vervolgens gaven zij Theodoor Schrok de schuld. Het lijkt mij niet zo waarschijnlijk, zij liepen het risico dat zij naar de gevangenis zouden moeten en dat een van hen misschien wel de doodstraf zou krijgen. 

- Scenario 4

Terug naar het Hooggerechtshof, naar scenario vier. De Europeanen. Meervoud? Ik denk aan die ene Europeaan, Theodoor Schrok. Die misschien genoeg had van zijn vrouw, en zich ijverig in vergiften verdiepte. Toen dat niet werkte, greep hij naar andere middelen. Een getrapte moordconstructie. 

Hij kwam ermee weg dankzij zijn maatschappelijke positie, omdat niemand de verklaring van Mbok Mar of van Bekking serieuzer zou nemen dan die van hem, de eerbare Europeaan. Kasan zou de doodstraf krijgen, het beloofde geld en huis zou Theodoor hem sowieso niet hoeven te geven, (daar had hij waarschijnlijk op gegokt, want het zou hem zeer verdacht hebben gemaakt). 

De grote vraag bij dit scenario is, wat Mbok Mar kreeg in ruil voor haar rol als tussenpersoon. De positie als huishoudster? Of stond zij onder zo’n grote druk, dat zij het verzoek van haar baas eenvoudigweg niet kon weigeren?

We zullen nooit weten hoe het precies gegaan is. Maar ik zou scenario vier niet bij voorbaat uit willen sluiten. 

Achtergrondinformatie

Theodoor Gustaaf Schrok (1853-1928)

Theodoor Gustaaf Schrok werd geboren op 7 juli 1853 in Tjilletjap op Java. Zijn vader, een Fries, was kapitein bij de genie, zijn moeder was een Amsterdamse. Theodoor volgde een opleiding tot architect. In juni 1879 trouwde hij in Nederlands-Indië met de piepjonge Anna Jacoba Vogel, en in 1880 werd er een dochter geboren (naam onbekend). In 1881 kocht hij het land Polaman. Zoon Nicolaas Cornelis werd in 1887 geboren, er volgde in 1888 nog een zoon (naam onbekend), en derde zoon Maximiliaan Alexander kwam in 1891 ter wereld. (NB Volgens zijn nichtje had Theodoor meerdere dochters. Ik vond er een. Het opmerkelijke is dat Theodoor tijdens de rechtszitting zei dat hij en zijn vrouw Anna twee zonen hadden.)

In maart 1896 werd Theodoor superintendant van vier koffie-ondernemingen. Volgens de gegevens van onderzoeksbureau ‘Roosje Roos’ hertrouwde hij in oktober 1908 met ‘een inlandse Christenvrouw’, Hanna. Om het verwarrend te maken: in 1916 trouwde ‘Th.G. Schrok’ met een inlandse Christenvrouw Hanna in Toeloengagoeng.

In het Indische paspoortenarchief van het CBG staan op de paspoortaanvraag van dochter Margaretha Jacoba (1914) (met foto) dat haar moeder ‘Wanti’ heette. Nadere gegevens ontbreken.

Theodoor overleed in 1928 in Soerabaja, 76 jaar oud.

Mbok Mar en Kasanradjie

Ik heb niet kunnen achterhalen wat er van hen geworden is, behalve dat Mbok Mar in juli 1896 ‘rondzwierf in Malang’, een betrekking kreeg als naaister bij een officiersfamilie, en weer ontslagen werd toen de vrouw des huizes ontdekte wie zij was, en dat Kasan in juni 1896, vlak voor het vonnis van de rechtbank, in de gevangenis beriberi kreeg.

Frits Bekking (1872-1898)

De voorletters van Frits Bekking waren ‘F.A.’ volgens de kranten, en hij zou 24 zijn, dus ik vermoed dat het gaat om Frederik Anne Bekking, die in 1872 in Berbek, Kediri op Oost-Java werd geboren en in 1898 in Soerabaja overleed. (Bron: Roosje Roos.)

Bettie Wilkens (1872-1922)

Het 24-jarige nichtje van Theodoor, ‘Bettie Wilkens’ uit Solo, was denk ik Elisabeth Johanna Wilkens, dochter van Hermanus Karel Hendrik Wilkens en Wendelina Sonius. Zij werd geboren in 1872 in Solo, en trouwde in 1905 in Soerakarta met Jakob Mooij. In 1922 overleed zij. Hoe zij precies verwant was aan Theodoor Schrok, weet ik niet. Het doet voor dit verhaal ook niet ter zake.

Johan Willem Alexander Doorenbos (1855-1932)

De lijkschouwer blijkt verre familie van mij te zijn. Hij was de zoon van Willem Doorenbos (1820-1906), een broer van mijn betovergrootvader Bernardus Doorenbos (1811-1871). (Bernardus trouwde met Froukea Oomkens, en kreeg een zoon Jan (1849-1932). Hij kreeg een zoon Simon Gotfried Doorenbos (1891-1980), mijn opa, die weer een zoon Jan kreeg (1921-2001), mijn vader.)

Johan trouwde twee keer en kreeg uit deze huwelijken in totaal negen kinderen.

Bronnen

  • CBG Centrum voor Familiegeschiedenis 
  • Delpher Historische kranten, boeken en tijdschriften 
  • Open archieven Genealogische gegevens van Nederlandse en Belgische archieven en verenigingen 
  • Roosje Roos Genealogisch Onderzoeksbureau. Bevat een deel van de burgerlijke stand van Nederlands-Indië 

Reacties

Populaire posts van deze blog