Een dienstbode was smoorverliefd op haar baas, en probeerde hem te veroveren met wel zeer ongebruikelijke middelen: kindermoord en brandstichting.
De twintigjarige Antje van Harten werkte sinds maart 1842 als
dienstbode bij de 41-jarige bouwman
Johannes (Jan) Visser en diens vrouw in Langeraar. Zij was verliefd op Jan, en
hoe.
Jan had zich, zoals de krant dat plastisch omschrijft, “enige
gemeenzaamheden met Antje veroorloofd”. Niet zo gek dus dat het verliefde meisje
geloofde dat het wederzijds was en dat er een mooie gezamenlijke toekomst in
het verschiet lag.
Moddersloot
Toen de vrouw des huizes, Suzanna Visser, in het kraambed
lag na de geboorte van dochtertje Anna, kreeg Antje een idee. Zij zou het zoontje
van het echtpaar, de tweeëneenhalf jarige Willem, in de sloot verdrinken. Suzanna’s
gezondheid was door de bevalling ernstig verzwakt. Als zij zou horen dat Willem
overleden was, zou dat haar dood worden, en kon Antje met Jan trouwen.
Op 23 oktober 1842 nam Antje de kleine Willem mee naar de
moddersloot, langs een elzenbosje naast
het wagenhuis, en duwde het kind met zijn hoofd in het water. De tweeëneenhalf jarige
stikte in de modder. Reanimatie mocht niet baten. Antje zei direct dat het niet
haar schuld was, dat Willems dood een ongeluk was. Iedereen geloofde haar. Toch
besloot zij om nog diezelfde avond bij de familie Visser te vertrekken.
Zwavelstok
Op 3 november 1842 kwam Antje in dienst bij schipper Van der
Bijl in Aarlanderveen. Na twee dagen ging zij opnieuw de fout in. Zij vond een
zilveren vingerhoed, en verpatste die. De
vingerhoed bleek van de andere dienstbode van Van der Bijl te zijn.
Een klein vergrijp in vergelijking met wat er volgde op 7
november. Met een ‘zwavelstok’ stak Antje de hooischuur van Van der Bijl in
brand. Als het huis afbrandde, had zij geen werk meer en zou ze weer in dienst
kunnen gaan bij het Jan Visser, redeneerde zij. Er verbrandde een grote berg
hooi, en de schade aan het gebouw bedroeg 800 gulden, maar het woonhuis bleef
gespaard.
Ook dit plannetje van Antje om Jan terug te winnen ging dus in
rook op. Na de brand bleek het meisje spoorloos verdwenen. Zij werd opgepakt en
bekende de brandstichting. In de gevangenis in Leiden biechtte zij aan een
andere gevangene ook de moord en de diefstal op. Ze noemde Jan Visser, ‘een
knappe man’, die haar meerdere malen had gezoend en met wie ze twee keer seks
had gehad. Een paar keer was ze vertrokken, maar hij wilde haar steeds weer in
dienst nemen, en had zelfs toegezegd dat hij met haar zou trouwen.
Jan Visser gaf toe dat hij het meisje een paar keer ‘had
aangevat en gekust’, en zich daarmee ‘gemeenzamer had gedragen dan een gehuwd man
past’. Hij had haar zeker geen huwelijksaanzoek gedaan of seks met haar gehad.
Door zijn ‘onvoorzichtig en hoogst laakbaar gedrag, had hij
de sluimerende driften van Antje aangewakkerd’, meende de verdediging. De
rechter oordeelde dat Antje had gehandeld in een staat van krankzinnigheid. Het
zat in de familie, er waren meerdere mensen bekend die aan ‘verstandverbijstering’
leden.
Hij sprak haar in februari 1844 vrij van zowel de moord als
de diefstal en brandstichting, ondanks het oordeel van twee deskundigen dat het
meisje niet aan ‘erotomanie’ leed, en uit vrije wil had gehandeld, vanuit een ‘gezond
denkvermogen’.
Doodstraf
Antje moest een jaar naar een psychiatrische inrichting, en ontliep
de doodstraf die aanvankelijk tegen haar was geëist (verworging aan een paal op
een schavot in Den Haag. De veroordeelde werd dan zittend of staand aan een
paal gebonden. Hij kreeg een touw om zijn nek dat een beul van achteren net
zolang aantrok tot hij dood was).
In 1857 trouwde Antje met een andere Johannes, Johannes
Vuijk, een bouwman die bijna twintig jaar ouder was dan zij. Zij kregen twee
zoons, van wie er één volwassen werd.
Antje overleed in 1882. Zij werd 59 jaar. Het object van
haar obsessieve verliefdheid was toen al twee decennia dood.
Achtergrondinformatie
Antje van Harten
Antje werd geboren in Zevenhoven op 26 december 1822, als
kind van de ongehuwde, zeventienjarige dienstbode Jaantje van Harten.
Zij trouwde in Ter Aar in september 1857, 34 jaar oud, met
de 53-jarige bouwman Johannes Vuijk. Zij kregen twee zoons, Johannes (1857), hij
werd twee maanden voor het huwelijk geboren, en Albert (1860), die na 13
maanden overleed.
Johannes Vuijk overleed in 1873, 69 jaar oud, Antje in 1882,
59 jaar oud.
Jan Visser
Johannes (Jan) Visser uit Ter Aar (1801-1860) trouwde in 1833
met Suzanna Elisabeth Franck (1810-1876). Zij kregen vijftien kinderen. Toen
Willem vermoord werd, hadden zij al vier kinderen verloren. Willem was op dat
moment de oudste, hij had een broertje Maarten (1,5; hij zou volwassen worden) en
een pasgeboren zusje Anna, (dat 4 maanden na haar geboorte zou overlijden). Na de
moord op Willem volgden er nog 8 kinderen, van wie er maar twee volwassen
werden.
Kinderen:
- Maria - 1833 (overleed na 7 weken)
- Willem Frederik - 1835 (overleed na 4 weken)
- Engeltje - 1837 (overleed na 6 weken)
- Willem Frederik - 1838 (overleed na 7 weken)
- Willem Frederik - 1840-1842 (werd vermoord toen hij 2,5 was)
- Maarten - 1841
- Anna - 1842 (overleed na 4 maanden)
- Willem Frederik - 1844 (overleed na 2 weken)
- Alida Christina - 1845 (overleed na 12 weken)
- Willem Frederik - 1847
- Alida Christina - 1848 (overleed na 8 weken)
- Johannes - 1849
- Frank - 1851 (overleed na 1 maand)
- Alida Christina - 1853 (overleed na 5 maanden)
- Frank - 1854 (overleed na toen hij 2,5 was)
Bronnen
- Delpher Historische kranten, boeken en tijdschriften
- Erfgoed Leiden en Omstreken
- Erotomanie (Wikipedia-pagina)
- Open archieven De genealogische gegevens van Nederlandse en Belgische archieven en verenigingen
- Wurging (Wikipedia-pagina)
Reacties