In 1881 werd een herbergierster vermoord en beroofd; de dader was algauw gevonden. Had deze deze vagebond ook iets te maken met drie andere moorden?
Op maandagmorgen 21 maart 1881 werd de vijftigjarige herbergierster Paulina Breuls uit het gehucht Smeermaas, net over de Belgische grens bij Maastricht, dood gevonden. Zij lag met doorgesneden keel voor haar bed, haar lichaam was bedekt met beddengoed.
![]() |
| Smeermaas, 1918. Bron: Beeldbank HCL, foto is van L. van Kleef. |
Er sprongen direct een paar verdachten in het oog: drie vagebonden die zondagavond in de herberg van Paulina waren geweest. In de tuin van de weduwe werd een stuk brood gevonden waarmee de politie de bakkers in de buurt afging. Eén van hen herkende het brood, dat kwam uit haar winkel, en zij wist ook nog aan wie zij het die zondag had verkocht. Het signalement van de klant kwam overeen met dat van de beruchte vagebond Martin Alofs. Zijn spoor was vrij makkelijk te volgen.
Bebloed mes
Zondagavond laat was Alofs opgedoken bij bekenden, het echtpaar Grégoire in Maastricht, waar hij zijn bebloede paar sokken verwisseld had voor een paar schone. Hoe hij aan zulke bebloede sokken kwam, wilde mevrouw Grégoire weten. ‘Ik heb een haan geslacht … da’s m’n métier’, was het antwoord. Bij het ontbijt maandagochtend haalde hij een bebloed mes uit zijn zak. ‘Ook je mes is vol bloed’, zei mevrouw Grégoire. ‘Heb ik je dan niet gezegd dat ik een haan heb geslacht?’ antwoordde Alofs.
Na het ontbijt bij de Grégoires had Alofs geld gewisseld, en maandagavond was hij naar Luik vertrokken. Hij had iemand verteld naar welke herberg hij zou gaan, en daar kon hij dinsdag aangehouden worden, nog steeds in het bezit van het bebloede broodmes. Ook waren zijn hemdsmouwen bebloed en had hij de trouwring van de overleden man van weduwe Breuls bij zich.
Hol van de leeuw
Eigenlijk had Alofs zichzelf maandag al op een dienblaadje aangeboden aan de politie. Hij liep die dag twee keer het politiebureau van Maastricht binnen om zich over ‘een nietig feit’ te beklagen (wat precies wordt niet vermeld in de krant), maar toen had de politie nog geen link gelegd tussen Alofs en de moord op weduwe Breuls.
Niet alleen had Alofs zich maandag in het hol van de leeuw begeven, hij was ook nog zo onbeschaamd geweest om maandagavond in Luik de zus van het slachtoffer op de hoogte te brengen van de dood van haar zus, en haar het geld voor vier biertjes te geven dat hij de weduwe nog schuldig was.
Voetsporen
Op 29 maart 1881 om negen uur ’s ochtends werd de zwaar geboeide Alofs door enkele Belgische maréchaussées naar het huis van de vermoorde weduwe in Smeermaas gebracht. Zij zetten hem op een keukenstoel in afwachting van het Hof van Tongeren, dat met de trein kwam. Een broer van de weduwe vroeg: ‘Zijt gij de onverlaat, die mijn arme zuster de hals hebt afgesneden?’, waarop Alofs koeltjes antwoordde: ‘Dat gaat je niets aan, dat moet Justitie maar zien uit te maken’.
Enkele nieuwgierige mensen die op de tuinmuur waren geklommen, zagen dat voetsporen in de tuin die vermoedelijk aan Alofs toebehoorden afgedekt waren met planken, tot zij vergeleken konden worden met zijn schoeisel. Vanaf de muur konden ze door het geopende venster zo de slaapkamer inkijken, naar het bed waarin de moord gepleegd was.
Rechtszaak
Op 23 mei 1881 vond aan het Assisenhof Tongeren de rechtszaak plaats tegen Alofs. Het motief voor de roofmoord was zonneklaar: Alofs had overal schulden. De dag na de moord ruilde hij 48 vijffrankstukken tegen Frans geld, precies de hoeveelheid vijffrankstukken die de weduwe Breuls van haar zus had gekregen toen deze wat geld had geërfd van haar schoonfamilie. Met het geld loste Alofs negen schulden af à tweehonderd frank. Toen hij gearresteerd werd, had hij de rest van het gestolen geld bij zich.
Hij bleef ontkennen dat hij de weduwe vermoord had. Opmerkelijk: volgens Alofs had hij drie maanden verkering gehad met het slachtoffer.
Behalve van de moord op weduwe Breuls, werd Alofs verdacht van drie andere onopgeloste moorden, maar bij deze zaken had justitie geen bewijzen.
Voor de moord op weduwe Breuls werd tegen Alofs de doodstraf geëist, onthoofding op een plein in Tongeren. De uiteindelijke uitspraak was levenslange gevangenisstraf, uit te zitten in de gevangenis van Leuven.
Bekentenis
Kort voor zijn dood zou Alofs de moord op weduwe Breuls hebben bekend. Hij had zich verstopt op de keldertrap van de herberg, en gewacht tot alle gasten weg waren. Ook bekende Alofs dat hij de dader was van de moord op een man in het stadpark van Maastricht in 1880. Twee andere moorden waarvan hij werd verdacht had hij volgens eigen zeggen niet gepleegd.
Met de sterfdatum van Alofs is iets vreemds aan de hand: volgens de krant overleed hij in januari 1883, volgens het Belgische Rijksarchief pas drie jaar later, op 16 maart 1886. Hij kwam in de gevangenis van Leuven op 18 november 1881, en verliet de gevangenis op 15 maart 1886, volgens het archief. Misschien stierf hij in een ziekenhuis.
Onopgeloste moorden
Nog even iets over de drie andere moorden, waarvan Alofs er ten slotte één bekend zou hebben.
- Moord op Elisabeth Kisters in Sweijkhuizen (1873)
In de nacht van 21 op 22 augustus 1873 werd bij de 72-jarige weduwe Elisabeth Kisters in Sweijkhuizen ingebroken. De volgende morgen werd zij zwaargewond gevonden, zij was zeven keer met een mes gestoken. Getuige de grote bloedvlekken op de vloer en de muur van het vertrek waar zij aangevallen was, had zij zichzelf verdedigd. Voor Elisabeth op 23 augustus stierf wist zij nog uit te brengen dat de moordenaar een doek om zijn hoofd had gedragen om onherkenbaar te blijven.
In het gehucht Krawinkel werd een neef opgepakt. Hij had een hemd met bloedvlekken die hij geprobeerd had eruit te wassen, en een bebloede doek. Zijn alibi, dat hij de nacht van de moord in Maastricht was, bleek niet te kloppen. De man was onterfd door zijn tante, dat zou een motief kunnen zijn. Maar omdat de moord in 1881 aan Alofs werd toegeschreven, was hij toch mogelijk niet de dader, of de kranten waren niet goed geïnformeerd.
- Moord op portier Jozef Pirard in Luik (1879)
De tweede onopgeloste moord waarvan men Alofs verdacht, was die op Jozef Pirard. Op 19 oktober 1879 was de 41-jarige portier alleen in het hotel van zijn vriend Baron de Selys aan de Boulevard de la Sauvenière in Luik. Hij werd dood gevonden op de keukenvloer, vermoord met dertig messteken. Er stonden twee glazen en een jeneverfles op tafel, het leek erop dat het slachtoffer nog wat gedronken had met zijn moordenaar. Pirard’s ingebouwde kluis met daarin 40.000 francs was nog intact.
- De onbekende dode in Maastricht (1880)
Over de derde onopgeloste moord waarvan Alofs werd verdacht, vond ik maar één berichtje, in het Venloosch Weekblad van 14 februari 1880. Op woensdag 11 februari vond men in het park van Maastricht het lijk van een onbekende man. Het enige wat hij bij zich had was een scheermes. In het overlijdensregister van Maastricht staat het volgende: ‘onbekend manspersoon, ongeveer 50, datum overlijden: 11/2, datum begraven: 14/2, aard der ziekte: verhanging’.
Wie de man was, is nooit duidelijk geworden. Wat de zaak van het begin af aan verdacht maakte, was dat de man met gebogen knieën de grond raakte. Het is onwaarschijnliik dat hij zich op deze manier had verhangen.
Alofs zou bekend hebben dat hij deze man had vermoord. Zijn motief is niet bekend. Hij was een paar dagen eerder ontslagen uit de gevangenis van Den Bosch. Daar had hij kort vastgezeten voor diefstal, waarvan hij werd vrijgesproken.
ACHTERGRONDINFORMATIE
Martin Hubert AlofsMartin werd geboren op 1 maart 1840 in Schimmert. Vader: Jan Willem Alofs, moeder: Maria Elisabeth Bemelmans. Vader was landbouwer. Zij trouwden in 1828, hij was 25 en zij 22. Martin was de vijfde van zeven kinderen, vijf zonen en twee dochters (die allebei jong overleden).
Martin werd op 31 december 1879 voor de rechtbank van Maastricht aangeklaagd voor diefstal, maar op 5 februari 1880 na een kort verblijf in de gevangenis vrijgesproken. Hij was destijds koopman (geen vagebond), en woonde in Leuven. In het gevangenisregister staat een korte omschrijving van zijn uiterlijk: hij was 1 meter 66 lang, had bruin haar en een bruine baard, een grote neus, en een ‘gezonde kleur’.
BRONNEN
- Delpher Historische kranten, boeken en tijdschriften
- Open archieven Genealogische gegevens van Nederlandse en Belgische archieven en verenigingen

Reacties