Doorgaan naar hoofdcontent

De moord op juffrouw Trip-Trap: deel 1: de bloedsporen

In 1902 werd Haarlem opgeschrikt door de lafhartige moord op de 72-jarige Joanna van Weemen, ‘juffrouw Trip-Trap’, die een volgestouwd huisje bewoonde aan de Raamvest. Wie was dit eigenaardige dametje, en wie was haar moordenaar? Deel 1: bloedsporen.

Op vrijdag 30 mei 1902 ontdekt een bakkersjongen dat de huisdeur van Joanna openstaat. In de achterkamer treft hij het ontzielde lichaam van de vrouw aan. Zij ligt op haar rug, in haar nachtgewaad, en is doodgeslagen. De achterkamer is overhoop gehaald.

Bloedsporen

Joanna heeft flink zich verweerd. Mogelijk met het mes dat zij naar verluidt altijd naast haar hoofdkussen had liggen. Op de trap naar zolder, waar zij sliep, worden op de deurknop aan de binnenkant van de trapdeur en op de muren naast de trap, bloedsporen gevonden. In de gang beneden, op anderhalve meter van het lijk, ligt een plas bloed. Omdat er geen bloedsporen liggen tussen de bloedplas en het lichaam, en ook geen bloedsporen op de trap, zijn het bloed in het trappenhuis en op de deurknop, en de bloedplas in de gang, waarschijnlijk van de moordenaar.

Dit is het scenario waar de politie rekening mee houdt. De moordenaar is binnengekomen via de schutting aan de achterkant van het huisje. Toen hij zo gauw geen geld kon vinden, heeft hij Joanna uit bed gehaald. Zij verdedigde zichzelf met een mes en verwondde hem licht aan zijn hand. Hij sleepte haar de trap af naar beneden, waarbij hij bloedsporen achterliet in het trappenhuis en op de deurknop. Beneden bracht Joanna hem tijdens een worsteling nog een wond toe, die heviger bloedde. Vandaar de bloedplas.

De moordenaar sloeg Joanna een paar valse tanden uit haar gebit (er lagen tanden in de gang), en doodde haar met een slag op haar hoofd, waarschijnlijk met een hamer. Hij verliet het huis via de voordeur, met in ieder geval een horloge, (een plat gouden heren-cylinder-horloge, met het nummer 1297), en een stuk van het gouden slot van een kerkboek.

Of hij geld meenam is onbekend. Er werd bij de huiszoeking door de politie alsnog een flink geldbedrag gevonden.

Juffrouw Trip-Trap

Joanna was een opvallende verschijning in Haarlem. Het piepkleine vrouwtje liep dagelijks in regenmantel en hoedje door de stad, een oude schooltas in de ene hand, en een wandelstok (of een paraplu) in de andere. De plaatselijke jeugd noemde haar vanwege haar enigszins manke loopje ‘juffrouw Trip-Trap’. Maar zij liet niet met zich sollen. Wie haar op straat in de weg liep, kreeg een duw of een vloek, waarna zij mopperend haar weg vervolgde. Vandaar haar andere bijnaam: ‘het vloekende rozeknopje’.

Naast haar wandelingetjes door de stad bezocht Joanna de concerten van “Trou moet Blijcken” in de buitensociëteit in de Haarlemmerhout, op een kwartier lopen van Raamvest 9. Joanna, ‘dameslid’ sinds 1884, zat tijdens de concerten alleen in een hoekje. Vroeger had zij zelf gezongen, zij was sopraan bij de 'zangvereniging van de maatschappij tot bevordering der toonkunst'.

Bron: Rotterdamsch Nieuwsblad, juni 1902

Het was een onooglijk huisje waar zij woonde aan de Raamvest. (Te zien op deze ansichtkaart!) De ramen waren geblindeerd met hout en ijzerdraad. Binnen stonden in drie pikdonkere kamers ingepakte meubels en een grote voorraad kisten, opgestapeld tot aan de zolder. In de achterkamer, die aan de keuken en tuin grensde, viel een beetje licht naar binnen. Deze kamer gebruikte Joanna als huiskamer, er stonden een miniatuur-tafeltje met een stoeltje. Voor bezoek was er een kist om op te zitten. In de kamer stonden verder een oud kacheltje en een legio aantal flesjes. Joanna sliep op zolder, in een donkere bedstee onder de dakpannen.

Het hele huis puilde uit van de spullen: in de keuken potten, pannen, emmers en flesjes, op zolder nog meer kisten, en oude voorwerpen. Joanna bewaarde alles, van dozen tot verroeste stukken kachelpijp.

Voor bezoek hield Joanna de deur potdicht, voor leveranciers ging de deur op een kier en werklieden mochten zo nu en dan binnenkomen. De dagen voor haar dood was een timmerman bezig geweest de hoge schutting rondom haar tuin met een paar planken verder te verhogen. Ook was de tuinman donderdag geweest, zijn hark en jas stonden binnen.

Joanna zou vrijdag verschillende werklieden betalen, een bedrag van 250 gulden totaal. Dat was algemeen bekend. Geld leek daarom een voor de hand liggend motief voor de moord.



Met dank aan:

Reacties

Populaire posts van deze blog