Doorgaan naar hoofdcontent

Dirk Berck (1771-1805) en Geertruij Schreur (1777-1846)

Die trouwden in ‘het tweede jaar der Bataafsche vryheid’.

Uit de inboedel van het ouderlijk huis dook een kistje met oude foto’s op. Een stukje stamboom van moeders kant. Sommige foto’s zijn al honderdveertig jaar oud.

Nu ik hun gezichten ken, zou ik van alles over hen willen weten. Helaas is iedereen die daar ook nog maar iets over zou kunnen vertellen, dood en begraven. Ik zal het moeten doen met de snippertjes informatie uit familiepapieren en archieven.

Deze blogpost is voor alle verwanten, en voor iedereen die het leuk vindt om het leven van voorouders uit te pluizen.


Ik wil eigenlijk blogposts schrijven over voorouders met een portret, maar van Dirk en Geertruij vond ik tussen de familiepapieren een trouwakte, en dat is ook best bijzonder.
De akte dateert namelijk uit ‘het tweede jaar der Bataafsche vryheid’, en is al 225 jaar oud.

Wat was dat trouwens ook alweer, de Bataafse republiek? Gelukkig kan ik dat vinden in de Canon van Nederland. Kort gezegd: met behulp van de Fransen kreeg het volk het voor het zeggen en vluchtte koning Willem V naar Engeland. De republiek hield elf jaar stand (1795-1806).

Schruer

In augustus van het tweede jaar, 1796, gingen de 25-jarige Dirk van de korte Leidse dwarsstraat in Amsterdam, en de 20-jarige Geertruij van de Goudsbloemdwarsstraat, in ondertrouw. Dirk was scheepstimmerman.

In de kinderlijk aandoende handtekening van Geertruij Schreur op de ondertrouwakte, heeft zij in haar achternaam de u en de e omgedraaid. Er staat ‘Schruer’. De archieven opperen dat het een andere schrijfwijze van haar achternaam was, maar misschien kon ze gewoon niet zo goed spellen.

De handtekening van de aanstaande bruidegom vind ik in het Amsterdamse stadsarchief nog op een andere plek: in een getuigenverklaring (‘attestatie’) over de aanvaring tussen twee waterschuiten in 1792 in Amsterdam. Dirk was één van de getuigen, hij was toen nog ‘woonagtig op de Baangragt bij de Leydse Kruysstraat’. Helaas kan ik de toedracht van het ongeluk niet achterhalen, om het document te ontcijferen heb ik eerst een cursus oud schrift nodig.

Poorter

Dirk was poorter, net als zijn vader Lucas. Als poorter had je meer rechten dan andere inwoners van Amsterdam, zo mocht je bijvoorbeeld lid worden van een gilde. Zie de uitleg van het stadsarchief Amsterdam. Dirk werd poorter door geboorte, dus omdat zijn vader het al was.

De kwartierstaat zette me op het spoor, en in het Amsterdamse archief vind ik scans van de poorterboeken. Bij 13 Mey 1794 staat ‘Berk (Dirk) scheepstimmerman. Zoon van Lucas Berk in leven diamantslijper’.

Zou dit wel dezelfde Dirk zijn? Het is Berk zonder c. Toch wel: Lucas Berk was getrouwd met Catharina Knegjes, en zij wordt genoemd als moeder van Dirk in de ondertrouwakte uit 1796. En ‘Berk’ komt in de archieven wel vaker terug zonder c. (Ook een andere schrijfwijze, of gewoon slordigheid?)

Kraamster

Het eerste kind van Dirk en Geertruij was dochter Alida Catriena, mijn bet-betovergrootmoeder. Zij werd geboren en gedoopt op 24 september 1797.

In 1800 volgde dochter Teuntje, in 1803 zoon Dirk, en in februari 1806 dochter Catrine Fransijntje. Vader Dirk maakte de komst van zijn vierde kind niet meer mee, want hij overleed in september 1805. Het gezin woonde toen aan de Eerste Boomdwarsstraat 3.

Geertruij hertrouwde zeven jaar na de dood van Dirk met Jan Everart Topsink, korendrager. Zij werkte achtereenvolgens als naaister, winkelierster en ‘kraamster’ (marktkoopvrouw).

Jan overleed in 1844 in Amsterdam, Geertruij in 1846 in Amersfoort. Dat haal ik uit de kwartierstaat. Nakomelingen uit dit huwelijk staan daar niet in, en vind ik ook niet in de archieven.

Kastenmaker

Even terug naar de kinderen uit het eerste huwelijk. De kwartierstaat vermeldt dat zoon Dirk ongehuwd bleef. Hij overleed toen hij 24 jaar was.

De drie dochters trouwden: mijn bet-betovergrootmoeder Alida met Hendrik Radier, die kastenmaker was, Teuntje met kantoorbediende Jan de Looper, en Catrine met Harmanus van Raam, een loodgietersknecht.

Alida kreeg negen kinderen, waarover meer in een volgende blogpost. Catrine overleed in 1829, een paar maanden na de dood van haar eenjarige zoontje Dirk. Van Teuntje kan ik vier kinderen achterhalen: Teuntje (1822), Geertruida (1831), Francina Catherina (1836), en Albert (1838). Met de laatstgenoemde drie kinderen woonde zij op achtereenvolgens Buiten Brouwersgracht 208 (in 1857) en 217 (in 1860) in Amsterdam. 

Gevangenisregister

Teuntje wordt vermeld als ‘Teuntje Berck’. Haar man, Jan de Looper, staat er niet meer bij, hij overleed in 1856 in Woerden. Ik vind hem terug in het gevangenisregister van Breda in 1852. Ik denk tenminste dat hij het is, want niet alleen het beroep (kantoorbediende) klopt, ook de leeftijd (56). Het misdrijf: ‘doortrekkende moet ter dispositie worden gesteld van den heer procureur generaal bij het prov. Hof van noord-holland'. Wat dat ook moge betekenen.

Bronnen

Reacties

Populaire posts van deze blog