Van kastenmaker tot civiel ingenieur en directeur.
Uit de inboedel van het ouderlijk huis dook een kistje met oude foto’s op. Een stukje stamboom van moeders kant. Sommige foto’s zijn al honderdveertig jaar oud.Nu ik hun gezichten ken, zou ik van alles over hen willen weten. Helaas is iedereen die daar ook nog maar iets over zou kunnen vertellen, dood en begraven. Ik zal het moeten doen met de snippertjes informatie uit familiepapieren en archieven.
Deze blogpost is voor alle verwanten, en voor iedereen die het leuk vindt om het leven van voorouders uit te pluizen.
Hendrik Radier (1795) werd afgekeurd voor militaire dienst omdat hij doof was. Hij begon als meubelmaker. ‘Hendrik de kastenmaker’, staat op de envelop met zijn foto’s in het familie-archief. Later werd hij chef der modelmakerij bij de fabriek ‘Commanditaire Societeit Paul van Vlissingen en Dudok van Heel’, een fabriek voor Stoom- en andere Werktuigen in Amsterdam, waar hij zich opwerkte tot civiel ingenieur. In 1830 kwam hij in de leiding van de fabriek.
Eikenkroon
De Delftse hoogleraar werktuigbouwkundige Adrien Huet, die met Hendrik samenwerkte, omschreef hem als ‘een selfmade man’, ‘een der bekwaamste werktuigkundigen die ons land gehad heeft’. Hendrik stond o.a. aan de wieg van de eerste Nederlandse stoomboot.
De Delftse hoogleraar werktuigbouwkundige Adrien Huet, die met Hendrik samenwerkte, omschreef hem als ‘een selfmade man’, ‘een der bekwaamste werktuigkundigen die ons land gehad heeft’. Hendrik stond o.a. aan de wieg van de eerste Nederlandse stoomboot.
In 1854 werd hij benoemd tot ridder in de orde van de Eikenkroon, een benoeming die hij dankte aan al zijn werktuigbouwkundige vindingen. (Groothertog Willem II van Luxemburg, die ook koning was van Nederland, stelde deze orde in om Nederlandse burgers te belonen voor hun (maatschappelijke) verdiensten.) Behalve ridder van de Eikenkroon werd Hendrik in 1854 erelid van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap ‘Natura Artis Magistra’.
In 1871 raakte de stoomfabriek in financiële problemen, en bij de liquidatie van de Commanditaire Societeit verloor Hendrik zijn vermogen. Hij vertrok in 1872 naar Haarlem, waar hij in 1884 overleed.
Vier dochters en een zoon
In 1817 trouwde Hendrik met Alida Catriena Berck.(1797-1849). Zij kregen negen kinderen, twee jongens en zeven meisjes.
Vier dochters en een zoon
In 1817 trouwde Hendrik met Alida Catriena Berck.(1797-1849). Zij kregen negen kinderen, twee jongens en zeven meisjes.
Onder de meisjes waren drie Alida’s. Twee overleden jong, de derde, Aleida, werd wel volwassen maar overleed op haar 25e.
Er bleven vier dochters over Christina, Catherina, Geertrui en Paulina, en één zoon, Hendrik, mijn betovergrootvader. De enige andere zoon, Dirk, overleed als baby.
's Gravenhekje
Volgens de kwartierstaat verhuisde Hendrik wat af in Amsterdam. Ik ben benieuwd naar de bronnen, dat zal waarschijnlijk het bevolkingsregister zijn geweest, maar online vind ik Hendrik alleen in een paar oude adresboeken van het stadsarchief Amsterdam.
Volgens de kwartierstaat verhuisde Hendrik wat af in Amsterdam. Ik ben benieuwd naar de bronnen, dat zal waarschijnlijk het bevolkingsregister zijn geweest, maar online vind ik Hendrik alleen in een paar oude adresboeken van het stadsarchief Amsterdam.
- In de jaren 1855 tot 1856 woonde Hendrik aan de ‘Heerengracht over het Entrepôtdok, V346’,
- van 1856 tot 1860 aan de ‘Nieuwe Heerengracht bij het Rapenburgplein, V347’,
- en van 1860 tot 1862 stond hij geregistreerd op het adres ’s Gravenhekje, U199’. Volgens de kwartierstaat was dat nummer 2, er zit een vrij recente foto van het huis (jaren negentig vorige eeuw?) in het familie-archief, zie hieronder. Het was het laatste Amsterdamse adres, in 1872 vestigde Hendrik zich in Haarlem.
Hendrik mag zijn kapitaal verloren zijn, er viel na zijn dood in 1884 nog best een aardig bedrag te erven door zijn nazaten, drie dochters en de kinderen van zijn inmiddels overleden dochter Geertrui en van zijn overleden zoon Hendrik. Een som van ruim 38.000 gulden, volgens de ‘Memories van successie’ in het Noord-Hollands archief.
Dit bedrag bestond uit drie delen:
- ‘Meubilair en huishoudelijke inboedelgoederen, bed- en beddegoed, linnen, kleederen en lijfgoederen, en goud en zilver’ ter waarde van Fl. 1253,55,
- Fl. 53, 27 ½ aan ‘contanten’,
- en een flink bedrag aan effecten, o.a. 21 obligaties ‘ten laste Rusland van 1873’ à Fl. 15.877’, en obligaties en aandelen van verschillende spoorwegmaatschappijen en van de Betuwsche Beetwortel Suikerfabriek.
- de barbier bv. kostte Fl. 3,00,
- de kleerebleeker Fl. 11,00,
- een abonnement op nieuwsbladen Fl. 1,15,
- ‘gaz’ Fl. 2,77,
- turf Fl. 6,25,
- de huishuur voor de periode 1 mei tot 19 juni Fl. 65,33 (Fl. 480 per jaar),
- ‘geneeskundige diensten’ Fl. 60,75,
- de apotheek Fl. 59,20.
Na zijn dood bleven zij samen. In 1911 overleden zij op hetzelfde adres in Amsterdam, de Valeriusstraat 11. Catherina in februari op 74-jarige, en Christina in december op 91-jarige leeftijd.
Jammer dat van de dochters Radier en hun moeder geen foto’s in het familie-archief zitten.
- Afbeelding van medaille Ridder in de Orde van de Eikenkroon
- Amsterdams stadsarchief
- Centrum voor familiegeschiedenis CBG
- Delpher
- Informatie over de Orde van de Eikenkroon
- Kwartierstaat Radier (eigen bezit)
- ‘Memories van successie’ in het Noord-Hollands archief
- ‘Stoombemaling van polders en boezems’ (1885), een boek van A. Huet (via Delpher)
Reacties