Doorgaan naar hoofdcontent

De moord op Marietje Kessels deel III : het licht in de kerk

Vader Kessels had ook altijd vermoed dat politiecommissaris Craals de kerk bij het politie-onderzoek de eerste dagen bewust gemeden had, en dat hij woensdagavond, de dag van de vermissing, al geweten had dat Marietje dood was. 

Hij confronteerde hem hiermee in de jaren na de moord in het bijzijn van zijn zoon Mathijs. Was het niet zo gegaan dat de pastoor die woensdagavond in de kerk aan Craals had verteld dat de dader de moord bij hem had opgebiecht? De daad had plaatsgevonden op het koor, daar waren sporen van bloed te zien en van een worsteling. Omdat de pastoor biechtgeheim had, wilde hij donderdag eerst met zijn broer (procureur-generaal en Eerste Kamerlid) en de bisschop bespreken, wat hij nu het beste kon doen. Hij vroeg Craals om een paar dagen respijt en Craals stemde daarmee in. Craals gaf toe dat het inderdaad zo was gegaan. 

Kledingstuk
Ook in de reconstructie van Schilders had de pastoor op de avond van de verdwijning Craals in de kerk ontboden om hem te vragen de kerk een paar dagen te mijden, maar met een iets ander verhaal. Hij vertelde dat hij op het koor een kledingstuk van het vermiste meisje had gevonden, en vermoedde dat er iets met haar in de kerk was gebeurd. Om de katholieke kerk voor een schandaal te behoeden, wilde hij eerst met zijn broer bespreken wat hij het beste kon doen.

In beide versies onderzochten de pastoor en de commissaris het koor. Dat rijmt met de verklaring van verschillende getuigen die die woensdagavond op een ongewoon tijdstip licht hadden zien branden in de kerk, ter hoogte van het koor.

De afgezanten
Het boek van Godelieve Kessels ontleent zijn ondertitel, 'waarom de ouders moesten zwijgen', aan het bezoek van twee afgezanten van het Vaticaan in 1908 aan vader en moeder Kessels. Een bezoek dat antwoord gaf op de vraag wie de dader was, en ruim een eeuw lang een goed bewaard familiegeheim bleef. Zoon Mathijs was erbij toen de afgezanten vertelden dat de paus van een geestelijke had vernomen dat hem via de biecht was onthuld wie de werkelijke moordenaar van Marietje was: de pastoor. De ouders kregen het dringende verzoek om hierover te zwijgen. De pastoor had in 1900 namelijk een ander verhaal aan de kerk opgedist. Hij verklaarde toen dat de dader bij hem was komen biechten. Als uitkwam dat de pastoor gelogen had, maakte dat de kerk ongeloofwaardig.

De reputatie van de kerk was voor de ouders niet het enige argument om hun mond te houden: zij vreesden een boycot door de kerk van hun muziekinstrumentenfabriek, wat voor de welgestelde familie Kessels niet meteen een ramp zou zijn, maar wel voor hun driehonderd werknemers. Voor vader, moeder en zoon Kessels was het voldoende dat hun vermoeden wie de werkelijke dader was, bevestigd werd. Zij geloofden dat God de moordenaar zou straffen.



Deze blogpostreeks is gebaseerd op de volgende twee boeken:

  • Moordhoek : de reconstructie van de moord op Maria Kessels in een katholieke kerk, Tilburg - 1900 / E. Schilders ; met medew. Van T. van Zeeland … [et al]. - Tilburg: Gianotten, 1993. - 1e dr.: 1988 (niet meer te koop, maar nog wel te verkrijgen via boekwinkeltjes.nl en te leen in (sommige) openbare bibliotheken, bv bibliotheek Midden Brabant)
  • De moord op Marietje Kessels : waarom de ouders moesten zwijgen / G. Kessels. – Nieuwland, 2011 (nog verkrijgbaar in de boekhandel)

Reacties

Populaire posts van deze blog