Na de brute roofmoord in Den Haag op de weduwe van der Kouwen en haar dienstbode Leentje Beelo in 1872, beet de politie zich vast in de verkeerde daders. Terwijl er meteen genoeg redenen waren om Hendrik Jut en Christina Goedvolk op te pakken.
Reden een: de daders waren bekenden van de weduwe
Laat een van de dienstbodes van deze neef nou net Christina Goedvolk zijn! Zij had als dienstbode ('noodhulp') bij de weduwe gewerkt, haar vriend Hendrik kwam er ook over de vloer.
Reden twee: de alibi's van Christina en Hendrik rammelden
Reden een: de daders waren bekenden van de weduwe
De voordeur was niet geforceerd, de anders zo waakse hondjes hadden niet geblaft. De daders hadden precies geweten welke kostbaarheden zij wilden hebben, waar die lagen en welke sleutels zij nodig hadden om de betreffende meubels te openen.
Zo groot was het kringetje van de weduwe niet. De politie had kunnen beginnen met de neef van de weduwe, de heer van Vleuten uit de Bazarstraat. Hij had de dag na de moord alarm geslagen toen er niet open was gedaan op de Bocht van Guinéa 25 voor leveranciers en bezoek, en Leentje niet op een afspraak met haar vriend was verschenen.
Zo groot was het kringetje van de weduwe niet. De politie had kunnen beginnen met de neef van de weduwe, de heer van Vleuten uit de Bazarstraat. Hij had de dag na de moord alarm geslagen toen er niet open was gedaan op de Bocht van Guinéa 25 voor leveranciers en bezoek, en Leentje niet op een afspraak met haar vriend was verschenen.
Laat een van de dienstbodes van deze neef nou net Christina Goedvolk zijn! Zij had als dienstbode ('noodhulp') bij de weduwe gewerkt, haar vriend Hendrik kwam er ook over de vloer.
Reden twee: de alibi's van Christina en Hendrik rammelden
Christina was de avond van de moord pas om een uur thuis gekomen in plaats van de beloofde elf uur, en had de andere meid moeten 'opschellen' om binnen te komen. Ze was zogenaamd naar de verjaardag van haar vader geweest, die die dag helemaal niet jarig was. Had de politie in haar kamer gekeken, dan hadden ze daar de koffer gevonden waarin zij de buit verborgen hield.
Hendrik zei dat hij de avond van de moord thuis was, maar twee getuigen meldden dat hij om acht uur was vertrokken en pas na twee uur thuis was gekomen.
Reden drie: Hendrik had een gewonde hand
Reden drie: Hendrik had een gewonde hand
Hendrik had wonden aan zijn linkerhand. Hij had de volgende dag een van zijn zussen opdracht gegeven om pekdraad en pleisters te kopen, en zijn moeder had de wonden verbonden.
Hendrik beweerde dat hij van de trap gevallen was en zijn hand verwond had aan een spijker, maar wij weten wel beter. Toen de weduwe de dolk van hem had afgepakt, greep hij het scherpe lemmet vast en verwondde zichzelf.
Reden vier: Christina maakte een verdachte opmerking
Hendrik beweerde dat hij van de trap gevallen was en zijn hand verwond had aan een spijker, maar wij weten wel beter. Toen de weduwe de dolk van hem had afgepakt, greep hij het scherpe lemmet vast en verwondde zichzelf.
Reden vier: Christina maakte een verdachte opmerking
De volgende avond belde Hendrik bij Van Vleuten aan. Christina deed open en riep uit: “Oh God! Henri het is bekend, juffrouw van Heusden is hier”. (Juffrouw van Heusden was de vriendin die de avond van de moord bij de weduwe op bezoek was, en wier vertrek Hendrik en Christina in de bosjes hadden afgewacht.) Hierop was het stel druk pratend naar buiten gelopen. Zij keerden pas na een kwartier terug.
Reden vijf: Hendrik had opeens bakken met geld
Reden vijf: Hendrik had opeens bakken met geld
Hendrik was de avond vóór de moord nog volkomen blut geweest. Eerder had hij wel tien gulden van zijn moeder geleend, (daar had hij de dolk en twee pistolen van gekocht), maar dat geld had hij direct na de moord aan zijn moeder teruggegeven.
Ook Christina had weinig te besteden, alleen haar laatst verdiende loon: 23 gulden. Toch gaf het stel opvallend veel geld uit aan hun huwelijk in maart 1873, drie maanden na de moord.
Dat zij kwistig met geld strooiden en veel kostbare gouden voorwerpen bezaten, viel ook hun buurman in Vught op, waar zij in mei 1873 gingen wonen. Terwijl niets erop wees dat Jut een baan had.
Kortom, de bewijzen tegen dit stel lagen voor het oprapen ...
Maar misschien is dat makkelijk praten, 150 jaar later.
Ook Christina had weinig te besteden, alleen haar laatst verdiende loon: 23 gulden. Toch gaf het stel opvallend veel geld uit aan hun huwelijk in maart 1873, drie maanden na de moord.
Dat zij kwistig met geld strooiden en veel kostbare gouden voorwerpen bezaten, viel ook hun buurman in Vught op, waar zij in mei 1873 gingen wonen. Terwijl niets erop wees dat Jut een baan had.
Kortom, de bewijzen tegen dit stel lagen voor het oprapen ...
Maar misschien is dat makkelijk praten, 150 jaar later.
Bron:
Reacties