Doorgaan naar hoofdcontent

Meervoudig moordenaar Hendrik Jacobus Jut

Met het verdwijnen van de dorpskermis zal misschien ook de kop-van-jut in de vergetelheid raken, een attractie vernoemd naar meervoudig moordenaar Hendrik Jacobus Jut.

Laat op de avond van 13 december 1872 stonden Christina Goedvolk en haar vriend, Hendrik Jut, voor de deur van weduwe van der Kouwen aan de Bocht van Guinéa in Den Haag. De 63-jarige weduwe was al naar boven, haar dienstbode Helena Beelo liet het stel binnen. Hendrik en Christina waren geen onbekenden voor Helena, of Leentje zoals ze genoemd werd: Christina was een tijdje 'noodhulp' geweest van de weduwe. Die mocht haar graag. Christina zei dat ze een paar laarzen op kwam halen, en liep naar boven om de vrouw des huizes te begroeten.

Dolk

In korte tijd voltrok zich een drama aan de Bocht van Guinéa. Hendrik stak Leentje dood met een dolk, riep dat de weduwe beter even naar beneden kon komen omdat haar dienstbode onwel was geworden, en viel vervolgens de weduwe aan. Zij wist de dolk nog van hem af te pakken, maar hij griste het mes uit haar handen en vermoordde haar.

Terwijl de ontzielde lichamen van de weduwe en haar dienstbode in de keuken lagen in een grote plas bloed, roofden Hendrik en Christina de secretaire leeg, waarin zich kostbaarheden en effecten bevonden.


Dwaalspoor
De politie beet zich lang vast in de verkeerde verdachte. Een schipper die bekend stond als een 'ruwe klant', was door een grote groep getuigen met twee handlangers bij het huis gezien. Hij zat ruim een jaar onterecht vast. De politie kwam pas op het spoor van Jut na een anonieme brief, waarin melding werd gemaakt van diens verdacht grote geldsommen.

Geld bleek het motief voor de moorden, geld voor een huwelijk omdat er een baby op komst was. Hendrik en Christina wisten dat er bij de weduwe wat te halen viel. Die decemberavond in 1872 hadden zij net zo lang in de bosjes rond het huis gewacht tot het bezoek van de weduwe en Leentje vertrokken was. Christina ging met Hendrik mee naar binnen om geen argwaan te wekken. Zij was een vertrouwd gezicht: de weduwe was op haar gesteld, Leentje wist dat. Omdat de twee hondjes in het huis Christina kenden, zouden zij niet aanslaan.


Drie maanden na de moord, in maart 1873, trouwden Christina en Hendrik, en in juli van dat jaar werd hun dochter geboren.

Hoofd op sterk water

Christina (28) werd in 1876 veroordeeld voor twaalf jaar tuchthuis. In 1896 hertrouwde ze. Haar tweede man overleed jong, en zij belandde uiteindelijk in het armenhuis, waar zij op 79-jarige leeftijd overleed. 
Dochter Anjelica liet haar achternaam in 1898 veranderen in Münneman, de naam van haar stiefvader. De Bocht van Guinéa werd op verzoek van de bewoners gewijzigd in Huijgenspark.

Hendrik (24) kreeg levenslang. Hij stierf al op zijn 26ste. Zijn lichaam werd ter beschikking gesteld van de wetenschap, en het hoofd was een tijdlang te zien in het Groningse Anatomisch Museum. Maar omdat de pot met sterk water niet goed afgesloten was verdampte de alcohol, en droogde het hoofd uit. Wat rest is een gipsen afgietsel van het hoofd van Hendrik Jut op zijn sterfbed.

'Hij is de kop van Jut'. Wie kent die uitdrukking eigenlijk nog?

NB
Christina kreeg met Hendrik 
naast Anjelica ('Anjelica Arabella Cassandra Christina'), in 1875 nog een dochter, Atalanta ('Atalanta Agnese Florenza'), die een dag na haar geboorte overleed.

Verder lezen? Zie de volgende blogpost: Kop van Jut (II): vijf redenen om Jut en zijn vriendin meteen te verdenken

BRONNEN 



Reacties

Populaire posts van deze blog