Magere Josje, Chinese Annie, Zwarte Judith en Zwarte Jeanne hebben drie dingen gemeen: ze waren zo'n zestig jaar geleden prostituee in 'donker Amsterdam', ze werden vermoord en hun moordenaar werd nooit bestraft.
Ze noemden hem in de media 'de forenzende inbreker', de Rotterdammer die tussen 1957 en 1959 op de trein stapte om in Den Haag een kraak te zetten. Mijn oma was een van zijn slachtoffers.
Op het boek van Godelieve Kessels kwam kritiek van de katholieke kerk. Priester Antoin Bodar noemde het verhaal in 'Tros Vermist' ongeloofwaardig ; volgens hem is het een uitzondering dat de paus gezanten stuurt.
De schilder en de koster werden al vrij snel na de vondst van het lichaam van Marietje opgepakt. Wat de schilder vooral verdacht maakte, was het pakketje met bebloede kleding van Marietje dat hij thuis had liggen.