De derde en laatste cholera-epidemie in Nederland, in 1866, kostte aan ruim 21.000 Nederlanders het leven, o.a. aan Hagenaar E. Poons, die een vrouw en zeven kinderen achterliet.
Er werd geld ingezameld, zodat de weduwe een winkeltje kon beginnen:
'De commissie, die zich in der tijd het lot heeft aangetrokken van de arme Weduwe en haar zeven kinderen, wier Echtgenoot en vader een slachtoffer der Cholera was geworden, heeft het genoegen te berigten, dat de penningen , haar ten behoeve dezer ongelukkigen geschonken, zo doelmatig mogelijk zijn besteed, zoodat de Weduwe E. Poons heden in de St. Jacobstraat No. 46, eene nering in Aardappelen en Brandstoffen heeft geopend.'
Paddemoes
In het Haags gemeentearchief is maar één E. Poons te vinden die in 1866 overleed en een vrouw achterliet met zeven kinderen: Eliazar Abraham Poons, een 46-jarige koopman. Misschien bewoonde het gezin al een deel van St. Jacobstraat 46, 'een hecht en sterk huis en haard, met twee beneden- en vier bovenvertrekken, een kelder, zolder en een achterhuis met zolder', volgens een advertentie uit 1867. Het pand werd in gedeelten verhuurd en bracht jaarlijks f 379,60 op.
'Paddemoes' werd de straat ook wel genoemd, Van Gogh maakte er in 1882 een tekening van. Mogelijk is de oude straatnaam afgeleid van 'padde', vlas, dat er in de Middeleeuwen werd verbouwd. In de zeventiende eeuw vestigden zich in in deze en andere straten rond de Nieuwe Kerk in Den Haag, Hoogduitse (Asjkenazische) Joden. Deze foto uit 1910 geeft een indruk van hoe de Jacobstraat er ongeveer moet hebben uitgezien, en waar nummer 46 heeft gestaan; huisnummer 48 is links op de foto te zien (wel foto eerst even flink vergroten!).
Landloperij
Over straat, buurt en huis is dus wel iets te vinden in de diverse archieven, maar dat geldt niet voor de familie. Of de weduwe E. Poons (Ribca Leonarda (Betje) Meerlo) het gered heeft met haar aardappel- en brandstoffenhandel heb ik niet kunnen achterhalen, alleen dat zij de respectabele leeftijd heeft bereikt van 79 jaar.
In 1866 had zij nog zeven kinderen, twee waren al eerder overleden. Ester Poons in 1849, anderhalf jaar oud. (Mogelijk was zij slachtoffer van de vorige cholera-epidemie?) Mietje Poons overleed in 1858, kort voor haar achtste verjaardag.
Over de oudste, zoon Levy, is niks te vinden behalve zijn geboortejaar, en hetzelfde geldt voor zijn broer Salomon, het zevende kind op rij. Nummer twee, Abraham, was schoenmaker. Hij werd als vijftiger drie keer veroordeeld voor landloperij, in Hoorn en later in Den Bosch, waar hij op zijn 54e overleed. Dan kwam Naatje, zij werd dienstbode, trouwde en kreeg één zoon, Abraham, en overleed op haar vijftigste in Amsterdam. De twee zusjes die volgden overleden jong, zie boven.
Er werd geld ingezameld, zodat de weduwe een winkeltje kon beginnen:
'De commissie, die zich in der tijd het lot heeft aangetrokken van de arme Weduwe en haar zeven kinderen, wier Echtgenoot en vader een slachtoffer der Cholera was geworden, heeft het genoegen te berigten, dat de penningen , haar ten behoeve dezer ongelukkigen geschonken, zo doelmatig mogelijk zijn besteed, zoodat de Weduwe E. Poons heden in de St. Jacobstraat No. 46, eene nering in Aardappelen en Brandstoffen heeft geopend.'
Paddemoes
In het Haags gemeentearchief is maar één E. Poons te vinden die in 1866 overleed en een vrouw achterliet met zeven kinderen: Eliazar Abraham Poons, een 46-jarige koopman. Misschien bewoonde het gezin al een deel van St. Jacobstraat 46, 'een hecht en sterk huis en haard, met twee beneden- en vier bovenvertrekken, een kelder, zolder en een achterhuis met zolder', volgens een advertentie uit 1867. Het pand werd in gedeelten verhuurd en bracht jaarlijks f 379,60 op.
'Paddemoes' werd de straat ook wel genoemd, Van Gogh maakte er in 1882 een tekening van. Mogelijk is de oude straatnaam afgeleid van 'padde', vlas, dat er in de Middeleeuwen werd verbouwd. In de zeventiende eeuw vestigden zich in in deze en andere straten rond de Nieuwe Kerk in Den Haag, Hoogduitse (Asjkenazische) Joden. Deze foto uit 1910 geeft een indruk van hoe de Jacobstraat er ongeveer moet hebben uitgezien, en waar nummer 46 heeft gestaan; huisnummer 48 is links op de foto te zien (wel foto eerst even flink vergroten!).
Landloperij
Over straat, buurt en huis is dus wel iets te vinden in de diverse archieven, maar dat geldt niet voor de familie. Of de weduwe E. Poons (Ribca Leonarda (Betje) Meerlo) het gered heeft met haar aardappel- en brandstoffenhandel heb ik niet kunnen achterhalen, alleen dat zij de respectabele leeftijd heeft bereikt van 79 jaar.
In 1866 had zij nog zeven kinderen, twee waren al eerder overleden. Ester Poons in 1849, anderhalf jaar oud. (Mogelijk was zij slachtoffer van de vorige cholera-epidemie?) Mietje Poons overleed in 1858, kort voor haar achtste verjaardag.
Over de oudste, zoon Levy, is niks te vinden behalve zijn geboortejaar, en hetzelfde geldt voor zijn broer Salomon, het zevende kind op rij. Nummer twee, Abraham, was schoenmaker. Hij werd als vijftiger drie keer veroordeeld voor landloperij, in Hoorn en later in Den Bosch, waar hij op zijn 54e overleed. Dan kwam Naatje, zij werd dienstbode, trouwde en kreeg één zoon, Abraham, en overleed op haar vijftigste in Amsterdam. De twee zusjes die volgden overleden jong, zie boven.
Chinatown
Het zesde kind, Samuel, was uitdrager en koopman in meubelen. Hij trouwde en kreeg elf kinderen, van wie er vier in Auschwitz werden vermoord, net als hun tantes Sara en (de tweede) Mietje, de jongste kinderen van Eliazar en Ribca. Zij waren allebei hoogbejaard (84 en 83), toen zij in resp. Sobibor en Auschwitz omkwamen.
Van de zeventienduizend Joden die voor de Tweede Wereldoorlog in Den Haag woonden, overleefden er maar tweeduizend de oorlog. Veel huizen in de voormalige Jodenbuurt bleven leeg en verpauperden. In de jaren zeventig knapte de gemeente de wijk op. In de Sint Jacobstraat verrezen nieuwbouwflatjes. Tegenwoordig is de buurt Chinees, en heet in de volksmond 'Chinatown'.
Cholera
Cholera (symptomen: overgeven en hevige waterige diarree, met als gevolg ernstige uitdroging) is in Nederland een zeldzame ziekte geworden, een 'importziekte' aldus de RIVM, die meekomt uit landen in Azië of Afrika. Besmettingsbronnen zijn water, voedsel en ontlasting ; de remedie om besmetting te voorkomen is goede hygiëne.
In de negentiende eeuw ontbrak het in Nederland nog aan goede hygiëne, zeker in steden zonder waterleidingnet en riolering, waar arme gezinnen boven op elkaar woonden en privaten met elkaar moesten delen. In 1832 brachten Scheveningse botersmokkelaars de cholera mee uit Londen.
Er waren drie grote epidemieën in Nederland, in 1832-33 (9.543 doden), 1848-49 (22.078 doden) en 1866 (21.000 doden, op een bevolking van 3,5 miljoen Nederlanders).
Wie cholera opliep, had vijftig procent kans om eraan te overlijden, soms gebeurde dat al binnen een paar uur. Bij ernstige uitdroging verliep de doorbloeding van de zieken niet goed meer en kregen zij een blauw gezicht. Daarom werd cholera ook wel 'de blauwe dood' genoemd.
Bronnen:
Van de zeventienduizend Joden die voor de Tweede Wereldoorlog in Den Haag woonden, overleefden er maar tweeduizend de oorlog. Veel huizen in de voormalige Jodenbuurt bleven leeg en verpauperden. In de jaren zeventig knapte de gemeente de wijk op. In de Sint Jacobstraat verrezen nieuwbouwflatjes. Tegenwoordig is de buurt Chinees, en heet in de volksmond 'Chinatown'.
Cholera
Cholera (symptomen: overgeven en hevige waterige diarree, met als gevolg ernstige uitdroging) is in Nederland een zeldzame ziekte geworden, een 'importziekte' aldus de RIVM, die meekomt uit landen in Azië of Afrika. Besmettingsbronnen zijn water, voedsel en ontlasting ; de remedie om besmetting te voorkomen is goede hygiëne.
In de negentiende eeuw ontbrak het in Nederland nog aan goede hygiëne, zeker in steden zonder waterleidingnet en riolering, waar arme gezinnen boven op elkaar woonden en privaten met elkaar moesten delen. In 1832 brachten Scheveningse botersmokkelaars de cholera mee uit Londen.
Er waren drie grote epidemieën in Nederland, in 1832-33 (9.543 doden), 1848-49 (22.078 doden) en 1866 (21.000 doden, op een bevolking van 3,5 miljoen Nederlanders).
Wie cholera opliep, had vijftig procent kans om eraan te overlijden, soms gebeurde dat al binnen een paar uur. Bij ernstige uitdroging verliep de doorbloeding van de zieken niet goed meer en kregen zij een blauw gezicht. Daarom werd cholera ook wel 'de blauwe dood' genoemd.
Bronnen:
- Cholera: grote sterfte in de 19e eeuw: ook voor de genealoog relevant / J.W. Koten. - Radboud Universiteit, 2012
- De cholera-epidemie van 1866. – Universiteit Leiden, 2007
- Delpher (krantenarchief)
- Oorlogsgravenstichting
Reacties
Bedankt voor sit mooi geschreven stuk. Je schrijft niets over Salomon te hebben kunnen vinden. Hij is mijn voorvader en als je geïnteresseerd bent kan ik je aan meer informatie helpen. Wat is jouw relatie tot deze familie Poons?
Je kan me contacten via messenger van FB- Kim Haan Bos. Of via mijn mailadres als je die ziet.