Twee waren er beroemd vanwege hun veroordelingen voor openbare dronkenschap, de derde omdat hij afstamde van Hugo de Groot. Wie waren deze negentiende eeuwse straatfiguren?
Hondenscheerster
Theodorus Schiffel, stukadoor en opperman van beroep, had een smal gezicht en een donkere knevel. Hij woonde aan de Bagijnenstraat 35 in Den Haag. Het kleine vrouwtje naast hem was hondenscheerster Maria de Leeuw, alias ‘Mie de hondenscheerster’.
Van Maria is geen adres te vinden. Misschien had zij geen vaste verblijfplaats. Het verhaal gaat dat zij zich een keer in nuchtere toestand bij het politiebureau meldde voor een overnachting. Toen de politie dat weigerde, maakte Maria net zolang stampij tot zij de nacht op een brits mocht doorbrengen.
Rijkswerkinrichting
Bij haar 116e veroordeling in september 1884 kreeg zij tien dagen gevangenisstraf opgelegd. Daarna moest zij drie maanden naar Rijkswerkinrichting Ommerschans in Overijssel.
Haar verweer, (‘Heuselijk meneer, ik bèn niet dronken geweest, ’t is niks anders dan die stinkende kwâjongens, die me op straat uitschelden voor Mie de hondenscheerster en me dan bij me rokken trekken. En dan val ik meneer, en dan denken ze dat ik dronken ben’), hielp niet.
Het verblijf in Ommerschans veranderde niets aan haar drinkgedrag. In oktober 1886 moest zij opnieuw naar een Rijkswerkinrichting. Nu naar Veenhuizen in Drenthe, voor zes maanden, samen met ‘likkebroer’ Theodorus. Hij had zijn 99ste veroordeling te pakken.
Bestedelingenhuis
Maria’s tweede verblijf in een Rijkswerkinrichting leidde er niet toe dat zij haar leven beterde. In 1889 werd zij voor de 150e keer veroordeeld.
De laatste zes jaar van haar leven woonde zij in het bestedelingenhuis (stedelijke armenhuis). Zij stierf in 1902, tachtig jaar oud. Het Guinness Book of Records had zij, met driehonderd veroordelingen voor openbaar dronkenschap, zeker gehaald.
Theodorus verging het niet veel beter. Bij zijn 107e veroordeling in 1888 moest hij opnieuw naar de Rijkswerkinrichting. In de jaren daarna zat hij regelmatig in de gevangenis in Hoorn, nog tot een jaar voor zijn dood. Hij overleed op 2 augustus 1906 in Den Haag, op 62-jarige leeftijd.
Vogelgeluiden
Nog een bekende Hagenaar uit die tijd, maar dan van een hele andere orde, was Cornelis Visser, alias ‘de fluitjesman’, die met zijn vrouw een schuit bewoonde aan de Houtmarkt bij de Nieuwe Kerk. Hij verkocht koek en rieten schuiffluitjes, en beweerde dat hij een nazaat was van Hugo de Groot. Tijdens de verkoop van de fluitjes bootste hij vogelgeluiden na.
In 1896 was zijn schuit lek. Dat was een strop voor Cornelis, die met de schuit de kermissen afreisde. Door de krant werd geld ingezameld voor een nieuwe schuit, en dat lukte.
In 1902 deed ene J.H. Huygens van Smidswater 4 opnieuw een oproep. Hij (of zij) wilde geld inzamelen voor het echtpaar Visser zodat zij een brandstoffenhandel konden beginnen. De fluitjeshandel was niet meer lucratief. Het is onbekend wat deze inzameling heeft opgebracht, en of die brandstoffenhandel er kwam.
Smaragden bruiloft
In 1907 volgde weer een oproep. Nu vroeg wijnhandelaar en drogist W.F. Norman van Laan van NOI 141 om giften voor het oude echtpaar op hun ‘schamele zolderschuit’, (blijkbaar was die tweede boot ook niet veel soeps!), die verplaatst moest worden naar het Zwaaikanaal in de Laakhaven.
Met het geld wilde Norman het echtpaar wekelijks van een uitkering voorzien, en hun 55-jarig huwelijksfeest op 18 mei 1907 opluisteren. Hij somde in de krant alle lekkernijen op waarmee hij het smaragden bruidspaar ging verrassen, van koffie, boter en suiker tot een fles wijn. Ze moesten het zelf komen halen, en dan bracht hij ze met een rijtuig terug naar hun boot. Er bleef genoeg geld over voor een heel jaar wekelijkse uitkeringen.
Cornelis Visser maakte dat nog maar een paar maanden mee. Op 8 mei 1908 overleed hij, op 81e jarige leeftijd. Tien dagen voor zijn echte smaragden huwelijk, dat eigenlijk een jaar te vroeg werd gevierd. En niet als afstammeling van Hugo de Groot, want dat was hij niet. Misschien dacht hij dat omdat zijn grootmoeder van vaders kant ‘Engeltje de Groot’ heette.
Ach, wat maakt het uit, het is een leuk verhaal. En dat smaragden huwelijksfeest heeft hij toch maar mooi meegepikt.
Achtergrondinformatie
Maria Christina (‘Mie’) de LeeuwOver Maria Christina de Leeuw is weinig te vinden. Zij werd geboren rond 1822, waarschijnlijk in Den Haag. Haar ouders waren Martinus de Leeuw (?1891-1853), metselaar, en Geertruida Smit (…-…?). Ik vond nog twee andere kinderen: Arnoldus (1818-1824) en Adriana (1823-1861).
Theodorus Schiffel
Theodorus Schiffel werd geboren in Hoorn op 8 januari 1844. Zijn ouders waren Johannes Schiffel, schoenmaker, (1801-1860), en Maria Elisabeth Plouwies (1803-1862). Zij kregen naast Theodorus nog zeven kinderen.
Uit de registers van de gevangenis in Hoorn, waar Theodorus regelmatig gevangen zat, (niet in Den Haag dus blijkbaar, waar hij woonde), weten we dat hij 1.70 m was, met donker haar, bruine ogen, een smal gezicht met spitse neus en een knevel.
In 1864 moest Theodorus voor de Krijgsraad verschijnen, helaas zijn die stukken niet online in te zien.
Constantinus Cornelius Visser
Cornelis werd geboren in Den Bosch, op 18 december 1826. Hij trouwde op 18 mei 1853 in Den Haag met Johanna Voree/Foree (1826-1913). Kinderen vond ik niet.
Zijn vader was Cornelis Johannes Visser, muzikant, die weer een zoon was van Korstiaan Visser en Engeltje de Groot (1755-1844).
Haar ouders (zijn betovergrootouders) waren Cornelis de Groot/Grood en Engel Aard/Aart. Zij trouwden in 1750 in Delft. Het was eerder getrouwd geweest (1726-1743).
Als Cornelis een twintiger was bij zijn eerste huwelijk, dan is er in het archief van Delft maar één optie: hij werd geboren in 1706, en zijn ouders waren Johannes de Groot, spinner, en Engeltje van der Storm (1677-1733). Zij trouwden in 1703.
De juiste Johannes de Groot bepalen is lastiger. Er werden er tussen 1668 en 1683 in Delft drie gedoopt. Stel dat Johannes een beetje van de leeftijd was van zijn vrouw toen hij trouwde, 30, (zij was 26), dan is hij degene die in 1673 gedoopt is, en waren zijn ouders Corstiaan de Groot en Magdalena van der Linde.
(De andere twee Johannessen hadden beiden als vader Jan Jansz (twee verschillende?) (doop in 1668 en1683). Dan zou Johannes resp. 35 of 20 zijn geweest bij zijn huwelijk.)
- Kleinzoon van Hugo de Groot?
Hier loopt het spoor in de online archieven dood. Maar laten we ervan uitgaan dat Corstiaan tussen 1643 en 1653 geboren werd. Dan zou hij voor de link met Hugo de Groot (1583-1646), diens kleinzoon moeten zijn.
Drie van Hugo’s zonen werden volwassen: Cornelis (1613-1661), Pieter (1615-1678) en Dirck (Diederik) (1618-1663). Ik vind alleen van Pieter kinderen, hij kreeg zeven dochters en twee zonen. Van de twee zonen werd er één volwassen, Hugo (1658-1705).
Zou Cornelis Visser dan af kunnen stammen van de broer van Hugo, Willem de Groot (1597-1663)? Hij kreeg twee zonen: Johan (1625-1678) en Jacob (1628-1694). Van Jacob vind ik geen nageslacht, Johan kreeg 1 zoon, hij heette ook Hugo (1655-1690).
Geen link dus, met de fluitjesman.
Drankwet
In juni 1881 werd de eerste Drankwet aangenomen, ‘de wet tot beteugeling van het misbruik van sterke drank’. Reden was dat er steeds meer gedronken werd: in 1847 nog rond de vijf liter pure alcohol per jaar, in 1874 negen liter per jaar. Dat leidde tot overlast. De nieuwe wet richtte zich op de handhaving van de openbare orde. (Bron: De geschiedenis van de Alcoholwet, Trimbosinstituut.)
Hier loopt het spoor in de online archieven dood. Maar laten we ervan uitgaan dat Corstiaan tussen 1643 en 1653 geboren werd. Dan zou hij voor de link met Hugo de Groot (1583-1646), diens kleinzoon moeten zijn.
Drie van Hugo’s zonen werden volwassen: Cornelis (1613-1661), Pieter (1615-1678) en Dirck (Diederik) (1618-1663). Ik vind alleen van Pieter kinderen, hij kreeg zeven dochters en twee zonen. Van de twee zonen werd er één volwassen, Hugo (1658-1705).
Zou Cornelis Visser dan af kunnen stammen van de broer van Hugo, Willem de Groot (1597-1663)? Hij kreeg twee zonen: Johan (1625-1678) en Jacob (1628-1694). Van Jacob vind ik geen nageslacht, Johan kreeg 1 zoon, hij heette ook Hugo (1655-1690).
Geen link dus, met de fluitjesman.
Drankwet
In juni 1881 werd de eerste Drankwet aangenomen, ‘de wet tot beteugeling van het misbruik van sterke drank’. Reden was dat er steeds meer gedronken werd: in 1847 nog rond de vijf liter pure alcohol per jaar, in 1874 negen liter per jaar. Dat leidde tot overlast. De nieuwe wet richtte zich op de handhaving van de openbare orde. (Bron: De geschiedenis van de Alcoholwet, Trimbosinstituut.)
Bronnen
- Alle archieven ‘Historisch onderzoek begint hier’
- Delpher Historische kranten, boeken en tijdschriften
- Erfgoed Delft
- Haags gemeentearchief
- Noord-Hollands archief
- Open archieven Genealogische gegevens van Nederlandse en Belgische archieven en verenigingen
- Westfries Archief
- WieWasWie ‘Iedereen heeft een geschiedenis’
Leestip
- Weevers, M. H. A. C. (2025, January 28). Gevangenis of toevluchtsoord?: Vrouwen en de Rijkswerkinrichtingen in Nederland 1886-1934. Proefschrift Universiteit Leiden ('Tussen 1886 en 1934 belandden ruim duizend vrouwen in één van de rijkswerkinrichtingen (RWI) in Nederland. Wie waren deze vrouwen en wat was de reden dat zij hierheen waren ‘opgezonden’?')

Reacties